Recirculeren: let op natrium in het wortelmilieu

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Tomaten
Samenvatting: 
  • Te veel natrium in het wortelmilieu kan groeiremming veroorzaken.
  • Te veel natrium is lastig om op te lossen.
  • Of gewas te lijden heeft van zoutschade wordt beïnvloed door diverse factoren.

Recirculeren: let op natrium in het wortelmilieu

Als de voedingstoestand niet goed is, kan dat meestal wel worden gecorrigeerd bij recirculatie. Te veel natrium in het wortelmilieu is echter niet altijd gemakkelijk op te lossen. Voor natrium geldt: zo min mogelijk. De zoutgevoeligheid is per gewas alleen zeer verschillend.

Stalen worden door Eurofins Agro geanalyseerd om te bepalen of de groeiomstandigheden goed zijn voor optimale groei. Zeker als er wordt gerecirculeerd moeten de omstandigheden optimaal zijn om groeiremming te voorkomen. En recirculeren is de sector de laatste jaren steeds meer gaan doen vanwege de emissienormen. Drainwater wordt steeds meer hergebruikt.

Groeiremming is het gevolg van natriumovermaat. Een hoog gehalte natrium veroorzaakt een lagere opname van kalium, ammonium en calcium. Er is dus sprake van concurrentie die bij een overmaat van natrium negatief uitpakt voor het gewas.

Heeft het gewas te lijden?

Of een gewas te lijden heeft van zoutschade wordt beïnvloed door een aantal factoren. Denk daarbij aan de zoutgevoeligheid van het gewas, het groeistadium, de manier van watergeven en de kwaliteit van het gietwater. De hoeveelheid natrium in het wortelmilieu neemt vooral toe door te zout gietwater, en soms door langdurig recirculeren. Maar wat is te zout? Onderstaand leggen we per gewassoort uit hoe het zit.

Zoutgevoeligheid van vruchtgroentegewassen

Boon is zeer zoutgevoelig. Aubergine, aardbei en sla zijn zoutgevoelig. Tomaat en komkommer zijn goed zouttolerant. Paprika reageert iets anders op hoge zoutgehaltes; het gewas neemt aan het begin van de teelt veel meer natrium op dan aan het einde van de teelt.
 
natriumovermaat.jpg
Afbeelding 1: Natriumovermaat in paprika op kokossubstraat. |beeld Eurofins Agro

In afbeelding 1 ziet u een blad van een paprikagewas met een slechte wortelkwaliteit. Het gewas groeit onder omstandigheden met een hoge Na-concentratie in het wortelmilieu. In dit voorbeeld nam het natriumcijfer in het drainwater aan het einde van de teelt sterk toe.  In de druppeloplossing zat gemiddeld 2.6 mmol/l Na (bij een druppel EC van 1.9 mS), in het wortelmilieu liep het natriumcijfer op van 3.6 in de zomer tot 7.9 mmol in oktober (bij een EC van 3.2 mS).

Dit soort situaties komt buiten Noordwest Europa met enige regelmaat voor, is onze ervaring. In Noordwest Europa is dit nauwelijks aan de orde.

Zoutgevoeligheid van siergewassen

Anthurium is een gewas dat zeer zoutgevoelig is. Gerbera, amaryllis, alstroemeria, roos en tulp zijn voorbeelden van zoutgevoelige gewassen. Chrysant en anjer zijn voorbeelden van zouttolerante gewassen. 

Zoutgevoeligheid van potplanten

Met grote regelmaat controleren potgrondleveranciers vóór de teelt wat de voedingstoestand van het substraat is. In goede veensubstraten vinden we maar weinig natrium, circa 1 mmol/l Na bij een EC lager dan 1 mS. Meestal is het kaliumcijfer iets hoger dan het natriumcijfer. Het calciumcijfer ligt ongeveer op hetzelfde niveau als het natriumcijfer. Het magnesiumcijfer ligt vaak iets lager dan het natriumcijfer.

Voor potplanten in veensubstraat werken we met een indeling naar gevoeligheid voor natriumchloride (NaCl), op basis van het 1:1.5 volume extract van de potgrond. 

Voorafgaand aan de teelt is de norm voor zaai- en steksubstraat minder dan 1.7 mmol/l Na in het extract. Aan het begin van de teelt en tijdens de teelt is er een indeling naar gevoeligheid, zie onderstaande tabel.

Zoutgevoeligheid Maximale hoeveelheid natrium in mmol/l Na Maximale hoeveelheid chloride in mmol/l Cl Maximale EC in mS/cm
Gevoelig 1.7 1.7 1.0
Matig gevoelig 2.5 2.5 1.4
Weinig gevoelig 3.5 3.5 1.8

Tabel 1: zoutgevoeligheid op basis van Na, Cl en EC in het 1:1.5 volume extract.

Voor potplanten in kokossubstraat wordt er ook bepaald in hoeverre de potgrond voldoende is gespoeld en gebufferd. Gemiddeld is 40-50% van de natrium direct oplosbaar, het overige lost onder invloed van bemesting langzaam op. Hetzelfde geldt ongeveer voor kalium, waarvan 30-50% direct oplosbaar is. Slechts een heel klein gedeelte van de calcium (2-6%) is direct beschikbaar. Van magnesium is hooguit 25% direct beschikbaar, vaak is dit slechts enkele procenten. Dit is afhankelijk van de gebruikte meststoffen.

Zoutgevoeligheid van boomkwekerijgewassen

Bij boomkwekerijgewassen gebruiken we ook een indeling voor zoutgevoeligheid. Voor wat betreft het gietwater moet het Na- en Cl-gehalte voor zoutgevoelige gewassen lager zijn dan 2.5 mmol/l en moet de EC lager zijn dan 0.6 mS/cm. Bij weinig zoutgevoelige gewassen moet het Na en Cl gehalte lager zijn dan 5.0 mmol/l en moet de EC lager zijn dan 1.3 mS/cm. Als in het wortelmilieu teveel Na aanwezig is kan dit bij natriumarm water worden gecorrigeerd met extra watergeven.