Aaltjesonderzoek uitgebreid

PrintPrint  Stuur doorStuur door
P. bukowinensis in knolselderij; slechte groei en bruinverkleuring (Luc Remijn, DLV)
Samenvatting: 

De aaltjes Paratylenchus bukowinensis (speldaaltje) en Rotylenchus uniformis worden voortaan standaard meegenomen in het vrijlevende aaltjesonderzoek. Dit is o.a. relevant voor peen, knolselderij, kool, biet, sla en erwten.

Aaltjesonderzoek uitgebreid

Eurofins Agro heeft het aaltjesonderzoek uitgebreid met twee soortspecifieke DNA-testen. Het gaat om de aaltjes Paratylenchus bukowinensis (speldaaltje) en Rotylenchus uniformis. Deze aaltjes kunnen in verschillende tuinbouwgewassen (peen, knolselderij, kool, biet, sla en erwten) problemen veroorzaken.

In al het vrijlevende aaltjesonderzoek neemt Eurofins Agro vanaf nu standaard deze twee aaltjes mee. Ook zijn de testen toegevoegd aan het DNA-pakket. 

Paratylenchus bukowinensis
Paratylenchus bukowinensis wordt in de praktijk ook wel het speldaaltje wordt genoemd. Dit aaltje veroorzaakt problemen in schermbloemigen (peen, knolselderij en koolsoorten). Speldaaltjes prikken de wortels vanaf de buitenkant aan en gaan niet naar binnen. Hiermee zijn het net zoals de trichodoriden vrijlevende wortelaaltjes. Het typische symptoom is vertakking van het wortelstelsel met een roestbruine verkleuring door het afsterven van zijwortels.

Rotylenchus uniformis
Rotylenchus uniformis is net zoals Paratylenchus een vrijlevend wortelaaltje en prikt ook de wortel aan de buitenkant aan. Deze aaltjes geven vooral problemen in de tuinbouw en komen met name voor op de lichtere gronden. Bij hoge aantallen kunnen deze aaltjes schade veroorzaken in peen doordat de penwortel misvormt raakt. Beperkte schade kan ontstaan in onder andere bieten, erwt, schorseneer, sla en koolsoorten.

DNA-pakket
In het DNA-pakket worden alle vrijlevende aaltjes met behulp van DNA-testen geteld en op soort gebracht. Met het toevoegen van deze aaltjes wordt het DNA-pakket geschikt voor zo goed als alle gewassen die in Nederland worden geteeld. Voorheen werd voor een aantal tuinbouwgewassen geadviseerd om het DNA+microscopie pakket af te nemen, vanwege het ontbreken van deze twee aaltjessoorten.

In het DNA-pakket zitten vanaf nu de meest relevante aaltjes die schade kunnen veroorzaken aan alle akker- en tuinbouwgewassen. Naast de vrijlevende aaltjes kan er aanvullend worden gekeken naar cystenaaltjes, Longidorus en Xiphinema-aaltjes en kan incubatie worden aangevraagd.

Voordelen DNA-techniek
Behalve dat één schadelijk aaltje te vinden is in een massa van duizenden andere aaltjes, zijn er nog meer voordelen te noemen van de DNA-techniek ten opzichte van microscopisch onderzoek. Natasja Poot, productmanager bodemgezondheid bij Eurofins Agro: “De analyse wordt niet beïnvloed door de leeftijd en het geslacht van de aaltjes. Bij microscopische analyse kunnen onvolwassen aaltjes minder goed herkend worden. Bovendien analyseert  deze DNA-analyse het totale monsterextract, terwijl er met de microscoop slechts naar een gedeelte wordt gekeken. De kans om een aaltjessoort te vinden dat in lage aantallen voorkomt, is daarom groter met DNA-techniek”. De DNA-analyse wordt alleen uitgevoerd op levende aaltjes.

“De betrouwbaarheid van deze methode is groot”, concludeert Poot. “Met de microscoop kregen we Paratylenchus en Rotylenchus vaak niet op soort gebracht en rapporteerden wij deze aaltjes als ‘spp’. Dankzij de nieuwe DNA-testen weet een teler nu wel of de schadelijke Paratylenchus bukowinensis in het perceel aanwezig is. Dat is nuttig, want er zijn ook veel andere Paratylenchus-soorten die veel minder schadelijk zijn. Met de eerdere rapportage ‘Paratylenchus spp.’ en ‘Rotylenchus spp.’ was het niet altijd duidelijk of er wel of geen actie moest worden genomen of dat een bepaald gewas wel of niet geteeld kon worden. Dankzij de nieuwe testen kan de soortdeterminatie voortaan betrouwbaar worden vastgesteld.”

Trefwoorden: