Voorjaarskuilen 2017: een goed voorjaar

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Gemiddeld VEM per week
Samenvatting: 

De eerste resultaten van de voorjaarskuilen 2017 zijn binnen en de voederwaarde  ziet er goed uit.

Voorjaarskuilen 2017: een goed voorjaar

De eerste resultaten van de voorjaarskuilen 2017 zijn binnen en de voederwaarde  ziet er goed uit. Figuur 1 geeft de gemiddelde VEM-gehalten weer, de stippellijnen laten de hoogste en de laatste waarden zien van kuilen die bij Eurofins Agro zijn geanalyseerd. Het heeft dit voorjaar minder geregend wat resulteert in minder uitspoeling van o.a. stikstof  dan in 2016. Het gras is goed gegroeid en de eerste snede kuilen hebben een hoger ruweiwitgehalte dan vorig jaar, met gemiddeld 178 g/kg (zie Figuur 2).
 


Figuur 1 VEM-verloop, voorjaar 2017, naar kuildatum.
De stippellijnen geven de hoogste en laagste waardes.

Robin Wolf, product manager veehouderij bij Eurofins Agro, verwacht dat de voederwaarde van de tweede snede ook goed zal uitpakken: “Dat hebben we al gezien in de vers gras data, die bleef mooi op peil. Het gras houdt de hoge voederwaarde goed vast,” licht hij toe.

“De vroeg-gemaaide voorjaarssnedes leveren wel pittige kuilen op,” zegt Robin Wolf: “De kuilen zijn snel verteerbaar en hebben een hoog penseiwitgehalte, zeker als er vóór 15 mei gemaaid is.” Dat is goed terug te zien in Figuur 3: Alle vroege kuilen zitten in Penskarakter-kwadrant B, met een hoog pens eiwitgehalte en een snelle vertering. Gras dat is ingekuild in de tweede helft van mei heeft een optimaal Penskarakter, met gemiddeld een goed penseiwitgehalte en een optimale afbraaksnelheid.

Figuur 3 Gemiddelde van graskuilen en grasbalen per week. Kuilen gemaakt tussen 24 april en 15 mei bevinden zich gemiddeld in kwadrant B, deze kuilen bevatten gemiddeld veel penseiwit en zijn snel verteerbaar.

Ook na de eerste snede was het warm en droog. Halverwege juni was het af en toe zelfs heet, met 30 oC of meer. In de loop van dit voorjaar zien we het drogestofgehalte van de mei-kuilen al duidelijk oplopen (zie Figuur 4). De tweede snede is ingekuild met een nog hoger drogestof gehalte en zal waarschijnlijk trager verteren, verwacht Wolf: “De eerste kuiluitslagen van de tweede snede wijzen daar ook op. In Figuur 3 zien we het Penskarakter van de eerste snede kuilen in de loop van het voorjaar al verschuiven van rechtsboven naar linksonder in het diagram.”
Meer ruweiwit in de eerste snede voorjaarskuilen betekent meestal ook hogere P-waarden en dat zien we dit jaar ook terug, vertelt Wolf: “Het fosforgehalte in de voorjaarskuilen is tot nu toe 3,9 gram P per kg, dat is 0,1 gram/kg meer dan in 2016.” De beschikbaarheid van het fosfor is ook hoog (zie Figuur 5). “Dit is voor heel Nederland wel iets om rekening mee te houden!” waarschuwt Wolf.

 
Figuur 2 Ruw eiwit, voorjaar 2017, naar kuildatum

Figuur 4 Droge stof, voorjaar 2017, naar kuildatum

 
Figuur 5 P-index, voorjaar 2017, naar kuildatum