4 tips voor doeltreffende bemesting eerste snede

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Mest injecteren
Samenvatting: 
  • Plaats de meeste drijfmest voor uw eerste snede
  • Meet niet alleen welke nutriënten er in de mest zitten, maar weet ook hoeveel u uitrijdt
  • Denk bij de eerste snedes goed aan zwavel
  • Geef per perceel een verschillende drijfmestgift

4 tips voor doeltreffende bemesting eerste snede

Het is 15 februari geweest. De bemesting van de eerste snede is begonnen. Hierbij een aantal tips voor een succesvolle bemesting:

    BLGG logo
     Mestonderzoek:  zekerheid over de gehalten
 
     Bestel      Meer info

1. Plaats de meeste drijfmest voor uw eerste twee snedes

Het grootste deel van de grasopbrengst komt van de eerste en tweede snede. Het gaat in totaal vaak wel om ruim 60% van de totale opbrengst. Zorg dat u ook de meeste drijfmest voor deze snedes aanwendt. Dan worden de nutriënten het beste benut. Daarnaast maken de volgende snedes dan optimaal gebruik van de nawerking van deze drijfmestgiften.  Let er wel op dat u voldoende mest reserveert voor uw maïsland.

2. Weet wat u bemest

Denk daarbij niet alleen aan een analyse van uw drijfmest, maar ook aan de hoeveelheden die u uitrijdt als u zelf bemest. Hoeveel ton zit er nu daadwerkelijk in uw volle tank?  De inhoud die op de tank vermeld staat is zelden de daadwerkelijke hoeveelheid die in één vracht zit.

3. Denk aan zwavel

De zwavel uit drijfmest komt nauwelijks beschikbaar tijdens het teeltseizoen. De bodem begint pas richting augustus echt veel zwavel te leveren vanuit mineralisatie. Daarom is het raadzaam om voor de eerste, maar vaak ook voor de tweede snede zwavel bij te bemesten.  Dit levert 10 tot 15% meer opbrengst en bovendien een hogere eiwitkwaliteit.

4. Geef per perceel een verschillende drijfmestgift

Drijfmest is voor de meeste bedrijven nog de enige beschikbare fosfaatmeststof.   Om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden moet u zo veel mogelijk de nutriëntenonttrekking met drijfmest aanvullen.  Dat betekent dus dat percelen met een hoge gewasopbrengst meer drijfmest moeten krijgen dan percelen met een lage opbrengst om de benutting van uw fosfaat te optimaliseren.