Beschikbaar fosfaat daalt in Nederlandse akkers

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Situatie p-beschikbaar per postcodegebied
Samenvatting: 
  • De gehaltes fosfaat die beschikbaar zijn voor het gewas dalen in Nederland
  • De fosfaattoestand is erg belangrijk voor het opbrengend vermogen van percelen
  • De dalende trend van beschikbare fosfaat, is ontstaan in de afgelopen paar jaar

Beschikbaar fosfaat daalt in Nederlandse akkers

De gehaltes fosfaat die beschikbaar zijn voor het gewas (p-beschikbaar) dalen in Nederland. Dat blijkt uit analyseresultaten van BLGG van akkerbouwpercelen in de afgelopen 10 jaar. Dit zal ten koste gaan van de productiecapaciteit.

    BLGG logo
     BemestingsMonitor CHECK:  meet wat beschikbaar is/komt
 
     Bestel      Meer info

Voor een betrouwbare vergelijking werden de analyseresultaten uit de periode 2004-2008 naast die van 2010-2014 gelegd. Op basis daarvan concludeert BLGG dat in 53 procent van de akkerbouwpercelen de hoeveelheid P-beschikbaar is gedaald. In 36 procent bleef het gehalte nagenoeg gelijk. In 11 procent van de percelen is nog een stijging te zien. In onderstaand overzicht is dat weergegeven voor de akkerbouwpercelen in Nederland die door BLGG zijn onderzocht en waarvan in beide perioden minstens 10 onderzoeksresultaten (per postcodegebied) bekend zijn.

p-beschikbaar per postcodegebied

Fosfaattoestand bepaalt productie

Productmanager Arjan Reijneveld van BLGG: . “De fosfaattoestand is erg belangrijk voor het opbrengend vermogen van percelen. Bemesting kan dat niet compenseren. De dalende gehalten zijn een gevolg van de verscherpte mestwetgeving in de laatste decennia.” Deze wetgeving heeft als doel om te voorkomen dat fosfaat in het grondwater of oppervlaktewater terecht komt

Nieuw evenwicht

Volgens Arjan Reijneveld krijgen we te maken met een nieuw evenwicht. “Nu is de onttrekking in veel gevallen hoger dan dat er via mest wordt aangevoerd. Vandaar de dalende gehalten. Op een gegeven moment zal het gewas minder kunnen onttrekken en ook iets minder opbrengen en kan er wel weer evenveel worden aangevoerd.”

Wat het nieuwe evenwicht zal zijn, is nu nog niet duidelijk. Reijneveld: “We zien nu een significante daling, maar waar die precies gaat uitkomen is moeilijk te zeggen. Met name tarwe en suikerbieten onttrekken meer dan er kan worden gegeven via de bemesting op het moment. Hetzelfde geldt voor andere gewassen, zoals aardappelen.”

Het gaat nu hard

De dalende trend van beschikbare fosfaat, is ontstaan in de afgelopen paar jaar. Uit eerder onderzoek, van voor 2010, was nog geen dalende trend zichtbaar. “En het gaat nu relatief  hard”, stelt Arjan Reijneveld. “Als akkerbouwer kan je er niet zo heel veel aan doen. Je kunt wel proberen de fosfaat die in de bodem zit zo optimaal mogelijk te benutten. Dat kan door bijvoorbeeld meer aandacht te besteden aan de bodemstructuur, maar houd ook de andere nutriënten goed in de gaten. Als de kaliumvoorziening van percelen optimaal is, dan kan fosfaat ook beter worden opgenomen. Je kunt de kalium ook tijdens de teelt nog bijsturen via een CHECK monster (een bijmestmonster). Indien gewenst kunt u speciaal slechtere plekken binnen het perceel laten bemonsteren om zo de gehalten te kunnen vergelijken."