Dalende boriumgehaltes: de gevolgen voor snijmaïs

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Perceel met maïs
Samenvatting: 
  • Afname van borium in de bodem kan gevolgen hebben voor de teelt van snijmaïs
  • Een tekort van dit sporenelement kan bovendien de fosfaatefficiëntie verslechteren
  • Bijbemesting is al snel noodzakelijk

Dalende boriumgehaltes: de gevolgen voor snijmaïs

De gehalten borium (B) in de Nederlandse bodem nemen af. Dit kan gevolgen hebben voor de teelt van snijmaïs. Bovendien kan een tekort aan borium de efficiëntie van fosfaat verslechteren. Concreet kan dit dus tot behoorlijke opbrengst- en kwaliteitsverliezen leiden.

    BLGG logo
     BemestingsWijzer:  uw informatie voor uitgekiende bemesting
 
     Bestel      Meer info

BLGG ziet de gehalten borium in de bodem de laatste jaren afnemen. Er is reden om hier alert op te zijn bij de teelt van snijmaïs, want de kolfontwikkeling is gevoelig voor borium. Het gaat in lichtere zandgronden om een daling van ongeveer 10% in de afgelopen 10 jaar. Daar zijn drie redenen voor aan te wijzen:

  1. Intensieve regen -> Door de klimaatverandering hebben we vaker te maken met intensieve regen. Borium is zeer uitspoelingsgevoelig. Het sporenelement bindt zich bijvoorbeeld niet of nauwelijks aan de CEC (klei-humus-complex), maar ook niet aan de nutriënten ijzer, aluminium of calcium, zoals fosfaat doet. Te veel regen in één keer zal borium naar diepere lagen doen verdwijnen.
  2. Te veel beregening -> Ook perioden van droogte komen vaker voor. Er wordt meer beregend. Helaas komt het nogal eens voor dat er teveel wordt beregend. Om deze reden heeft BLGG nu standaard de pF-curve op het verslag van BemestingsWijzer staan. Hiermee kan iedere boer bepalen hoeveel hij per perceel maximaal moet beregenen.
  3. Mestbeleid -> Door de veranderde mestwetgeving wordt er tegenwoordig minder dierlijke mest uitgereden. Borium zit ook in dierlijke mest en wordt dus minder aangevoerd.

Afname borium
Afname borium in lichte zandgronden

Celstevigheid en suikertransport
Borium is erg belangrijk bij de teelt van snijmaïs. Een goede boriumvoorziening zorgt voor celstevigheid. Het stimuleert de celdeling, celgroei, de bloei en de vruchtzetting. Het sporenelement heeft invloed op het suikertransport door de plant en daarmee heeft het direct invloed op de groei en nutriëntenopname van het gewas.

Borium zorgt daarnaast voor een voor optimale fosforopname.  Een tekort verslechtert de efficiëntie van fosfaat. Bij lage fosfaatgiften is extra aandacht nodig voor de hoeveelheid borium in de bodem.

Borium via mineralisatie
Borium wordt maar zeer beperkt nageleverd door de bodem. Borium zit in organische stof. Bij mineralisatie van organisch stof komt dus ook wat borium vrij. Er wordt daarom wel gedacht dat er geen B-gebrek zal zijn op gronden die rijk zijn aan organische stof. Maar dat is een misvatting. In 40% van de gronden met een gehalte organische stof tussen de 5 en 10%, is het boriumgehalte laag of vrij laag. Met name de kwaliteit van de organische stof is hierbij bepalend.

Bijbemesten noodzakelijk
Bemesting is dus vrijwel altijd noodzakelijk. Dit kan via dierlijke mest. Dunne rundermest bevat ongeveer 3,5gram borium per ton. Maïs onttrekt bij een opbrengst van 16 ton droge stof gemiddeld 250 g/ha, bij 20 ton droge stof zelfs 300. Bij 50m3 kuub drijfmest wordt er zelfs nog minder aangevoerd dan deze onttrekking, dat verklaart wellicht deels de daling. De kritieke aanvoer (ter voorkoming van opbrengstderving)  ligt wat lager op 120 g, die wordt wel gedekt vanaf 40 kuub drijfmest,  maar borium uit drijfmest spoelt ook makkelijk uit. De bodemlevering is daarmee dus steeds bepalender. Het is dus aan te bevelen borium bij te mesten. Er zijn meerdere Boriumhoudende meststoffen te verkrijgen, voor maïs vooral ook in de rijenbemesting.

Door middel van de het grondanalysepakket BemestingsWijzer van BLGG kunt u uw percelen ook laten analyseren op de sporenelementen, en dus op borium. U kunt dit aanvragen via de website. Geef daarbij aan dat u ook de sporenelementen van het perceel wilt weten.