Extra melkgeld door S-bemesting mais

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Zwavelbemesting snijmais verhoogt de melkproductie

Klik voor meer afbeeldingen

Samenvatting: 
  • Een zwavelbemesting vlak na het maiszaaien voorkomt dat tijdens de kolfzetting een zwaveltekort optreedt
  • De N/S-verhouding op het voederwaardeverslag geeft aan of S-voorziening voldoende was
  • Zwavel verhoogt zowel de ds-opbrengst als de kwaliteit; hierdoor kan meer melk van eigen land worden geproduceerd. 

Extra melkgeld door S-bemesting mais

Snijmais is een prima voedergewas op melkveehouderijbedrijven. De VEM-productie per ha is hoog én het is een prima energie- en zetmeelbron voor het melkvee. Door speciaal te letten op de S-bemesting van snijmais, kan de melkproductie met 1.600 kg melk per ha omhoog.

Een zwavelbemesting in het begin van het groeiseizoen geeft meeropbrengsten tot 450 kg drogestof per ha, blijkt uit onderzoek van NMI. En de kwaliteit van die mais is ook nog beter; 15 VEM per kilo drogestof meer door een betere verteerbaarheid en meer zetmeel per kilo droge stof. Kwaliteit en opbrengst samen zijn goed voor 700kVEM extra ofwel 1.650 kilo melk. Bij de huidige melkprijs is dit €500 extra melkgeld per ha.

Een ha snijmais onttrekt jaarlijks 1 kilo zwavel per ton drogestof. Bij een opbrengst van zo’n 15 ton drogestof dus 15 kg zwavel per ha. De bodem voorziet voor een deel in deze behoefte. Het SLV getal geeft aan hoeveel S een perceel levert. Een zandgrond mineraliseert bijvoorbeeld 10 kg S per ha per jaar. Depositie (aanvoer via de lucht) vult dat aan met ongeveer 4 kg per jaar. Samen dus net voldoende om in de behoefte van het gewas te voorzien.

Dreigend S-tekort in juni
Naast de hoeveelheid S per jaar, is ook het tijdstip waarop de zwavel beschikbaar belangrijk. In het gunstigste geval levert de bodem zwavel op het moment dat het maisgewas er behoefte aan heeft. In de praktijk lopen aanbod en vraag uit elkaar. Om S te mineraliseren moet de bodem eerst opwarmen. Daardoor komt de meest zwavel eind juli/augustus beschikbaar. Een maisplant heeft echter tijdens de bloei behoefte aan zwavel; dus in de maanden juni / juli. In die periode wordt de kolfzetting bepaald. Bij dat proces is zwavel essentieel. Een zwaveltekort tijdens de kolfzetting leidt tot slecht gevulde kolven en een laag zetmeelgehalte.

N/S-verhouding
Een zwaveltekort tijdens de groei is zichtbaar in de kuilanalyse van het maisperceel. Als de verhouding tussen stikstof en zwavel (N/S-verhouding) groter is dan 12, is sprake van een S-tekort tijdens de teelt.

Tip: Zwavel bemesten
Voorkom een zwaveltekort door vlak na het zaaien zwavel bij te bemesten. Dat kan bijvoorbeeld door volvelds te strooien met kieseriet of Korn-kali. In juni is er dan voldoende beschikbaar voor een goeie kolfzetting.