Extreem goede benutting mest eerste snede

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Hoge N-benutting door goede bodemlevering.

Klik voor meer afbeeldingen

Samenvatting: 
  • Ondanks de hoge opbrengsten van de eerste snede is het gehalte ruw eiwit (RE-gehalte) beter op peil dan in 2012.
  • De hoge benuttingen worden veroorzaakt door een goede levering vanuit de bodem en mest.
  • Dit is reden om extra aandacht te besteden aan uitgekiende bijbemesting voor de volgende snedes.

Extreem goede benutting mest eerste snede

Ondanks de hoge opbrengsten van de eerste snede is het gehalte ruw eiwit (RE-gehalte) beter op peil dan in 2012. Dit komt door een betere ‘werking’ van de bodem en van drijfmest.

De bijgevoegde tabel (zie afbeelding, klik voor een vergroting) is een voorbeeldbalans voor de eerste snede, gebaseerd op de actuele gegevens van het Inkuiljournaal Barenbrug, waarvoor BLGG AgroXpertus de monstername uitvoert. De cijfers zijn berekend op basis van een fictieve bemesting met 25 m3 rundveedrijfmest en 250 kg KAS + S (27% N). Hierop is te zien dat de stikstof (N)-benutting (onttrekking) van de eerste snede ontzettend hoog was. Percentages tot 80% of zelfs hoger zijn gehaald dit voorjaar. De tweede snede heeft dan ook een ruime N-gift nodig. Op basis van bovenstaande onttrekkingen mag de gift gerust 25 kg N hoger dan normaal om de zoden een reparatiegift te geven. 

Bodem zeer bepalend
De hoge benuttingen worden veroorzaakt door een goede levering vanuit de bodem en het is zeer waarschijnlijk dat de werking van drijfmest, die dit jaar lang op het land heeft gelegen, in belangrijke mate bijdraagt. Vocht was niet beperkend dit voorjaar, de bodem kon zijn nutriënten dus goed afgeven aan het gewas.

Variaties per perceel
Uit monitoringsonderzoeken van BLGG AgroXpertus op de Achterhoekse zandgronden blijkt hoe bepalend de bodem is geweest voor de opbrengsten en stikstofbenutting. Op een melkveebedrijf zijn 10 percelen grasland voor de eerste snede op dezelfde wijze bemest (160 kg N vanuit 25m3 drijfmest en 250 kg kunstmest). De opbrengst bij het maaien varieerde tussen 3500 en 6000 kg droge stof. De stikstofbenutting (N-onttrekking t.o.v. de totale N-gift in %) varieerde van 55 tot 100%. Een enorme variatie binnen één bedrijf. Deze variatie is te verklaren door de N-levering van de bodem. Onderstaande grafiek laat de invloed van de C/N-quotiënt van de percelen op de N-benutting zien.  Percelen met een lage C/N mineraliseren makkelijk N, waardoor hoge benuttingen werden behaald dit voorjaar.
 
Kali belangrijk aandachtspunt
Ook kali (K) is een aandachtspunt voor de bijbemesting, blijkt uit het de resultaten uit de Achterhoek. De tabel (zie afbeelding, op pijl klikken voor tweede afbeelding) laat duidelijk zien dat bij opbrengsten boven de 3.500 ton de drijfmest van 25m3 de K-onttrekking niet kan dekken. Dit is op basis van gemiddelde mestgehaltes. Bij veel bedrijven zal de K-balans nog meer K missen omdat de gehaltes lager dan gemiddeld zijn (bedrijven met meer mais in het rantsoen).

Bemest kali bij latere snedes
De K-voorraad van de bodem heeft invloed op de opbrengsten en mineralenbenutting van percelen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat deze niet terugloopt. Een aanvulling van de negatieve balans raadt BLGG AgroXpertus aan. Dit kan het beste gebeuren bij de latere snedes waar geen of weinig drijfmest meer bij wordt gegeven.  Te veel K kan namelijk natrium (Na) verdringen en daarmee de smakelijkheid van het gras negatief beïnvloeden.

Veehouders die meer melk van hun eigen land willen produceren, bemesten nauwkeurig. BemestingsWijzer voor grasland geeft alle informatie die nodig is voor een uitgekiend bemestingsplan.