Koud en droog voorjaar zorgt voor zwaveltekorten

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Kunstmeststrooier. |beeld Rauch
Samenvatting: 
  • Ruim één op de drie voorjaarskuilen van 2015 heeft een lage S-index. Dat duidt op een te krappe zwavelvoorziening
  • Een zwavelbemesting voor de eerste en tweede snede kan veel rendement opleveren
  • Zwavel is een onmisbare bouwsteen voor eiwitten

Koud en droog voorjaar zorgt voor zwaveltekorten

Ruim één op de drie voorjaarskuilen van 2015 heeft een lage S-index. Dat duidt op een te krappe zwavelvoorziening (S). Een krappe S-voorziening leidt tot lagere eiwitopbrengsten en een lagere stikstofbenutting.  Een zwavelbemesting voor de eerste en tweede snede kan veel rendement opleveren. 

Zwavel is een onmisbare bouwsteen voor eiwitten. Een tekort aan zwavel  zorgt dan ook voor lagere eiwitopbrengsten en zelfs voor lagere eiwitkwaliteit. In het voorjaar is de kans op tekorten aan zwavel erg groot. Zelfs op gronden die redelijk rijk aan zwavel zijn.  De bodem mineraliseert dan namelijk nog niet veel zwavel. Later in het jaar, vanaf eind juli begin augustus komt de bodemlevering pas echt goed op gang. Het advies luidt dan ook al jaren om in ieder geval op zand- en kleigronden voor de eerste en tweede snede zwavelhoudende meststoffen te gebruiken. Zelfs op de veengronden zijn de laatste jaren positieve effecten van zwavel op de opbrengst van de eerste snede gemeten.  Via een bemesting kan namelijk gemakkelijk het tekort worden opgeheven. 

Koud en droog voorjaar resulteert in lage bodemlevering

In de S-index op de BLGG-verslagen wordt teruggekeken op de S-voorziening van het gras.  De cijfers van de eerste snede laten zien dat het aandeel kuilen met een te krappe voorziening behoorlijk hoog is dit jaar: namelijk 35% ten opzichte van 11% in 2014. Dat komt doordat dit voorjaar relatief koud, en erg droog was. Daardoor was de mineralisatie dit voorjaar nog lager dan normaal, waardoor tekorten aan zwavel vermoedelijk nog groter zijn geweest.

S-voorziening eerste snede 2015

De kuilen met een te krappe S-voorziening laten gemiddeld ook aanzienlijk lagere gehaltes ruw eiwit (RE)zien. 

Effect zwavelbemesting bijzonder groot

Door de lage mineralisatie dit voorjaar, heeft het bijbemesten van zwavel extra veel invloed gehad op de opbrengsten. Dat blijkt ook uit de resultaten van de proefvelden van De Heus Voeders . Het bedrijf vergelijkt jaarlijks de werking van hun  zwavelhoudende meststof GrasPlus 14000 met KAS. De zwavelhoudende meststof laat in 2015 een behoorlijke meeropbrengst zien.  Waar De Heus Voeders doorgaans voor de eerste snede een 10-15% hogere eiwitopbrengst met de zwavelhoudende meststof ziet, zagen ze dit jaar op de zandgronden wel meeropbrengsten van 35-40%.  "Een bijzonder groot effect,  waaruit blijkt dat het reultaat van zwavel toevoeging twee keer zo groot is dit jaar", aldus René Knook van De Heus Voeders.

S-voorziening en RE-gehalte eerste snede 2015