S-advies aangepast op geringe depositie

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Het S-advies is aangepast op de geringere depositie
Samenvatting: 
  • S-advies aangepast op actuele depositie.
  • Depositie is vrijwel nihil; verschillen per regio.
  • Gemiddeld 3 tot 4 kg hogere S-adviesgift.

S-advies aangepast op geringe depositie

BLGG AgroXpertus heeft haar zwaveladviezen voor grasland én akker- en tuinbouwgewassen aangepast aan de actuele zwaveldepositie. Volgens de meest recente cijfers van het RIVM  bedraagt de zwaveldepositie gemiddeld 8 kg S per ha per jaar. De afname in depositie wordt gecompenseerd door een hogere gift, vooral in het begin van het groeiseizoen.

Zwavel is één van de belangrijkste nutriënten voor een gewas en onmisbaar voor een goede N-benutting. Een ha gras onttrekt bijvoorbeeld ongeveer 35 - 40 kg S. Aanvoerposten zijn mineralisatie van de bodemvoorraad, meststoffen en depositie. De depositie daalt sinds de jaren 80 van de vorige eeuw. In 1981 was er nog sprake van een depositie van 45 tot 50 kg S per ha. De grootste daling vond plaats tussen 1981 en 1989. In die periode zijn er veel milieumaatregelen genomen om de uitstoot van de industrie te beperken. Daarna zet de daling echter nog gestaag voort tot gemiddeld 8 kg S per ha in 2010.  De depositie verschilt overigens per regio; in het noorden van  het land is die met minder dan 5 kg S het laagste. Rond Rotterdam levert de lucht de meeste S.

Voor de meest gewassen geldt dat tijdens het groeiseizoen ongeveer de helft van de jaarlijkse depositie plaats vindt. Van de 8 kg S is dus slechts de helft (4 kg S) beschikbaar voor de plant. Daarmee is de bijdrage van depositie aan de S-behoefte dermate gering dat het merendeel vanuit bodem én bemesting moet worden geleverd.

Veehouders en akkerbouwers zijn voor een zwavelbemesting aan het begin van het groeiseizoen vooral aangewezen op zwavelhoudende kunstmest. De werking van S in drijfmest is voor het betreffende teeltjaar namelijk nihil. Dierlijke mest verhoogt wel de S-voorraad in de bodem, maar de zwavel komt in het jaar van toediening nauwelijks beschikbaar voor het gewas. 

Gemiddeld heeft een bodem een zwavelleverend vermogen (SLV) van zo’n 10 tot 15 kg S. Deze hoeveelheid komt vooral in de tweede helft van het groeiseizoen beschikbaar; als de grond voldoende is opgewarmd voor mineralisatie. Daarom is een aanvullende S-gift met name in het voorjaar noodzakelijk.
Om de SLV van een perceel in te schatten gebruikt BLGG AgroXpertus sinds kort de C/S ratio. Hoe lager de C/S-ratio, des te meer S er door mineralisatie beschikbaar komt.