Samenstelling dierlijke mest varieert enorm

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Bemesten
Samenvatting: 
  • Gemiddelde samenstelling van mest is een onbetrouwbare richtlijn om de bemesting op te baseren.
  • Daarom zijn de resultaten van de ontledingen van bodem en mest dé basis voor een goede bemestingsstrategie.

Samenstelling dierlijke mest varieert enorm

De samenstelling van dierlijke mest varieert enorm per bedrijf. Gemiddelde samenstelling is daarom een onbetrouwbare richtlijn om de bemesting op te baseren.

Hoeveel stikstof (N), fosfaat (P) en kali (K)bevat een kuub mest? En bevat dierlijke mest voldoende organische stof om het gehalte in de bodem op peil te houden? Dit zijn vragen waar alleen een goede mestontleding antwoord op kan geven. Door uit te gaan van gemiddelde gehaltes kan het nutriëntenaanbod verkeerd worden ingeschat.

Opbrengstverbetering
De toegenomen aandacht voor bodemvruchtbaarheid zorgt ervoor dat de akkerbouwers steeds vaker willen weten hoe de samenstelling van mest eruit ziet, merkt Arjan Reijneveld. Hij is productmanager bij BLGG AgroXpertus. “Bodemvruchtbaarheid wordt meer en meer gezien als de sleutel voor opbrengstverbetering. Het is zaak om nauwkeurig te weten wat mest doet in de bodem. De bemestende waarde van mest blijkt per bedrijf enorm te variëren.” Dit wordt veroorzaakt door verschillende factoren. Want waar komt de mest vandaan? Wat was het rantsoen op het bedrijf van herkomst? Ook de hoeveelheid spoelwater, de minerale samenstelling van diervoeders en de samenstelling van de veestapel spelen een rol.

Goede bemestingsstrategie
Daarom zijn de resultaten van de ontledingen van bodem en mest dé basis voor een goede bemestingsstrategie. Reijneveld: “Bedenk waar de mest voor is. Wil ik vooral nutriënten aanvoeren of wil ik juist een focus op de aanvoer van organische stof? De N en K in mest spelen vooral op jaarniveau een belangrijke rol (dus voor dit jaar, deze teelt). Organische stof in de mest is een investering in de bodemvruchtbaarheid op langere termijn. Ook P in mest moet worden beschouwd als investering voor de toekomst. Het draagt bij aan het verhogen van de P-toestand van het perceel, en daarmee aan het opbrengend vermogen van het perceel, maar op jaarniveau heb je niet veel aan P in dierlijke mest.

Organische stof
Met dierlijke mest wordt, in tegenstelling tot kunstmest, ook organische stof aangevoerd. De bijdrage effectieve organische stof (EOS) is afhankelijk van de samenstelling van de mest. Bij rundveedrijfmest is dit gemiddeld zo’n 33 kg/ton, bij varkensdrijfmest 20 kg/ton, bij vaste kippenmest 143 kg/ton en bij GFT-compost 183 kg/ton.  Arjan Reijneveld: “Het organische stofgehalte neemt niet heel snel af, maar als je geen mest benut, gaat de kwaliteit van de bodem zeker achteruit. Het risico op verslemping, slechtere bewerkbaarheid en minder mineralisatiecapaciteit is daardoor groot.”

Kosten besparen
Als bekend is hoeveel nutriënten je met mest aanvoert kun je daar bij kunstmestbemesting rekening mee houden. Dat zal soms betekenen dat er minder N of K nodig is, maar het kan ook betekenen dat extra magnesium (Mg) aangevoerd moet worden. Het is enerzijds een besparing op kunstmestkosten (in dit voorbeeld in N en K), anderzijds kan het een investering in een andere meststof (Mg) betekenen. Het bemestende waardeonderzoek is een hulpmiddel om te sturen op kosten, opbrengst en kwaliteit.