Te weinig plantbeschikbare calcium in de bodem

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Calcium in zandgrond.
Samenvatting: 
  • Calcium komt in steeds meer bodem- en gewasanalyses als tekort naar voren.
  • Vooral de verschillen tussen percelen valt op. Dit is te zien in alle type grondsoorten.
  • Een optimale calciumgift is vooral bij aanvang van de teelt belangrijk.

Te weinig plantbeschikbare calcium in de bodem

Op veel percelen is een tekort aan plantbeschikbare calcium. Dat blijkt uit de bodemgemiddelden 2013 van BLGG AgroXpertus. Met name in de fruitteelt zijn flinke tekorten te zien, maar dit geldt zeker ook voor de vollegrondteelt, akkerbouwpercelen en voor gras- en maïsland.

Calcium komt in steeds meer bodem- en gewasanalyses als tekort naar voren. Bij een tekort aan calcium is er grote kans op kwaliteitsschade, zoals ‘rand’ in sla, ‘inwendig bruin’ in spruiten en ‘kurkstip’ in appelen. Bij aardappelen kan er sprake zijn van bruine vlekken, losse schil en holle harten. Onder andere voor aardappels, asperges, appels, sla en uien staat het belang onomstotelijk vast. Daarnaast zorgt calcium voor een goede bodemstructuur en minder slempgevoeligheid van de grond.

Verschillen tussen percelen
Volgens Arjan Reijneveld, productmanager bij BLGG AgroXpertus, vallen vooral de enorme verschillen tussen percelen op. “We zien het op alle grondsoorten terug, op zowel duingrond, zand, jonge- en oude klei, rivierklei, dalgrond, venige gronden en löss. Bij vrij jonge klei zal een deel van de koolzure kalk afbreken en zo continue voor wat calciumaanvoer zorgen. Bij oudere gronden is dat anders. Daar is de koolzure kalk ‘inert’ geworden. Het breekt niet of nauwelijks meer af en levert dus niet of nauwelijks calcium.”

De calciumcijfers spreken voor zich. Op zandgrond bijvoorbeeld heeft 60% van de akkerbouwpercelen te weinig calcium (zie bijgevoegde figuur). Dit geldt ook voor 71% van de fruitpercelen, 71% van het maïsland en voor 49% van de vollegrondpercelen.

Bladbemesting niet voldoende
De fruitteelt springt er negatief uit. “Dat lijkt vreemd”, zegt Arjan Reijneveld. “Want in de fruitteelt is er al lange tijd aandacht voor calicum als nutriënt. De bemesting vindt echter vooral plaats via bladbemesting en niet via de bodem. Dit terwijl het belangrijkste deel van de calcium wordt opgenomen via de bodem.” Hij ziet overigens wel een ‘inhaalslag’ in de fruitteelt. “De bodem krijgt in deze sector meer en meer aandacht.”

Bij de maïsteelt zijn de tekorten ook erg groot. “Dat heeft naast de geringe aandacht in het veleden ook een specifieke reden. Op maïs wordt via dierlijke mest over het algemeen veel Kalium (K) aangevoerd. Kalium concurreert in de bodem met calcium en is om die reden minder beschikbaar.

Vergeten element
Calcium was lang een ‘vergeten element’. Arjan Reijneveld: “Een bladbespuiting kan heel nuttig zijn, maar een bodem moet ook gerepareerd worden. Sommige gewassen, zoals kool, klaver, tomaat en appel gebruiken 80 kg calcium per hectare. Daar voldoet geen enkele bladbemesting aan. Graan verbruikt zo’n 5 kg calcium per hectare. Gewassen zoals maïs en uien verbruiken 20 tot 50 kg per hectare.”

Optimale calciumgift
Een optimale calciumgift is vooral bij aanvang van de teelt belangrijk. Alleen de jonge wortelpunten die nog niet zijn verkurkt, kunnen het element opnemen. Bij gewassen die wat minder jonge wortels ontwikkelen, neemt de plant dus vrijwel alle calcium op aan het begin van de teelt voor de gehele teeltperiode. Eventuele tekorten zijn pas later te zien en zijn dan moeilijk te corrigeren. Tijdens het seizoen kan bij een aantal gewassen nog bladvoeding met calcium toegepast worden. Meststoffen met calcium zijn onder meer: kalk, gips, brandkalk, schuimaarde, bladmeststoffen, blendings, KAS en steeds meer specifieke Ca-meststoffen.