Welke voorjaarsmeststof geeft u uw eerste snede?

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Spaakwielbemesting. | beeld Güstrower
Samenvatting: 
  • De benutting van kunstmest wordt steeds belangrijker
  • Uit onderzoek is gebleken dat over de jaren heen de toedieningsvorm vloeibaar zelden betere prestaties geeft dan een korrelmeststof
  • De nutriënten en de N-vorm waaruit de meststof is opgebouwd maken wel veel verschil

Welke voorjaarsmeststof geeft u uw eerste snede?

De bemesting van grasland krijgt steeds meer aandacht. Met de strengere bemestingsnormen voor stikstof (N) en de dalende gehaltes ruw eiwit (RE) in de voorjaarskuilen is naast de dierlijke mest, de benutting van uw kunstmest steeds belangrijker.

    BLGG logo
     BemestingsWijzer:  uw informatie voor uitgekiende bemesting
 
     Bestel      Meer info

Er komen ook steeds meer meststoffen op de markt die verschillende stikstofvormen bevatten. Hieronder vindt u een aantal feiten en richtlijnen die u kunnen helpen bij de juiste keuze van de meststof voor uw grasland.  Deze zijn gebaseerd op de handreiking betere benutting N-meststoffen, opgesteld door de commissie bemesting grasland en voedergewassen (CBGV www.bemestingsadvies.nl).

Korrel of vloeibaar?

Er is een groeiend aanbod vloeibare meststoffen op de markt.  Uit onderzoek is echter gebleken dat over de jaren heen de toedieningsvorm vloeibaar zelden betere prestaties geeft dan een korrelmeststof.

Nutriënten en N-vorm

De nutriënten en de N-vorm waaruit de meststof is opgebouwd maken wel veel verschil, en die kunnen verschillen per product, zowel in korrel als in vloeibaar.  Hieronder een aantal kenmerken met betrekking tot de verschillende N-vormen

1. Nitraat:
Nitraat een snelwerkende N-meststof. De plant neemt nitraten efficiënt op en kan deze ook opslaan in de plant. Een groot nadeel is dat nitraten makkelijk uitspoelen. Als het gewas nog niet veel opneemt, in het vroege voorjaar, is de kans op verliezen dus groot.  

2. Ammonium:
Gras heeft een voorkeur voor ammonium. Bij vroege toediening in het voorjaar, wanneer de gewasgroei nog op gang moet komen, is dit de beste N-vorm die de minste verliezen geeft.  De  omzetting van ammonium naar nitraat (nitrificatie) heeft wel een sterker verzurend effect op de bodem dan een nitraatmeststof.  

3. Ureum:
Ureumhoudende meststoffen moeten behandeld zijn met een ureaseremmer of een ander additief, anders zijn er te veel verliezen door vervluchtiging van de N (ammoniak). Ureum is een meststof die een wat langzamere werking heeft. Ureum met ureaseremmer is gevoeliger voor uitspoeling dan Ammonium. 

Samenvattend geven we u  de volgende tips voor zowel de eerste als latere snedes.

N-Bemesting eerste snede

  • Gebruik meststoffen met een hoog aandeel ammonium (bij vroege toediening > 75%)
  • Bemest, indien nodig, zwavel bij

N-Bemesting latere snedes

  • Gebruik meststoffen met ammonium en nitraat (zoals KAS)