Zwavelbemesting ook op klei- en veengronden

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Zwavelbemesting is ook nodig op klei- en veengronden
Samenvatting: 
  • Het voorjaar is dé tijd voor zwavelbemesting
  • S-bemesting is vaak ook nodig op klei- en veengronden
  • De S-index op het voederwaardeverslag maakt uitgekiende bemesting mogelijk

Zwavelbemesting ook op klei- en veengronden

Het voorjaar is dé tijd voor zwavelbemesting. Wie denkt dat dit alleen geldt voor zandgronden komt bedrogen uit. Op klei is het net zo belangrijk en zelfs op veengrond, dat bekend staat om hoge zwavelleveringen vanuit de bodem, kan de voorziening in het voorjaar krap zijn. Dat blijkt uit de eerste cijfers van de S-index.

Zwavel (S) is een belangrijk voedingselement voor gras. Het is nodig voor de vorming van aminozuren en zorgt dus voor een goede groei van het gras en kwalitatief hoogwaardig eiwit. Bij een tekort aan zwavel kan de drogestofproductie per jaar met 10 tot 20% afnemen. Ook de eiwitopbrengst per hectare staat hierdoor onder druk.

Voorjaarskuilen met tekort
“Veel veehouders denken nog dat zwavelbemesting vooral op zand nodig is vanwege hoge uitspoelingen”, merkt Gerard Abbink. Hij is productmanager veehouderij bij BLGG AgroXpertus. “Uit onze cijfers blijkt echter dat bemesting op klei en zelfs op veengrond net zo hard nodig is. In totaal kampte vorig jaar één op de tien voorjaarskuilen met een zwaveltekort.” Het is geen verrassing. Tekorten aan zwavel komen steeds vaker voor. Er is vooral sprake van in het voorjaar, tot en met juli. De mineralisatie van de bodem is dan namelijk nog niet goed op gang en levert dan maar een beperkte hoeveelheid zwavel. Bij de eerste snede en steeds vaker ook bij de tweede, is de kans op een tekort daarom het grootst.
Abbink: “De relevantie van S-bemesting is toegenomen in de laatste jaren. In de jaren ’80 werd er via de neerslag (depositie) nog ruim 40 kilo per hectare aangevoerd. Door milieumaatregelen is dit sterk afgenomen. Ook een beperkte aanvoer van drijfmest draagt hieraan bij.”

Uitgekiende bemesting
Door middel van een uitgekiende bemesting is  er vrij eenvoudig wat te doen aan een S-tekort. Om deze reden heeft BLGG AgroXpertus  sinds vorig jaar de S-index opgenomen in het voederwaardeverslag. Zo kan de ondernemer eenvoudig beoordelen of hij de zwavelbemesting in het vervolg moet bijsturen. Zwavelbemesting moet altijd in het voorjaar gebeuren. In het tweede deel van het groeiseizoen komt de mineralisatie goed op gang en is er van een tekort meestal geen sprake meer. In dit deel van een jaar ligt op zwavelrijke gronden eerder het gevaar van een zwaveloverschot op de loer. Hierdoor kunnen gezondheidsproblemen bij het vee ontstaan.

Koud en droog voorjaar
Abbink: “Goed inzicht in de zwavelvoorziening is daarom van groot belang. Als je de bemesting hier goed op afstemt, kan alleen het weer nog roet in het eten gooien. Een koud en droog voorjaar, zoals in 2010, is ongunstig. Dan kan zelfs na bemesting nog een tekort ontstaan.”

Bookmark and Share