13% van de voorjaarkuilen kampt met zwaveltekort

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Voorjaarsgras had tijdens groei tekort aan zwavel
Samenvatting: 
  • Ruim 1 op de 10 voorjaarkuilen had een zwaveltekort tijdens de groeiperiode 
  • DS-opbrengst bleef 10 tot 20% achter 
  • Eiwitopbrengst per ha niet optimaal

13% van de voorjaarkuilen kampt met zwaveltekort

Ruim 1 op de 10 voorjaarskuilen heeft tijdens het groeiseizoen een zwaveltekort gehad. Deze kuilen hebben een S-index van 85 of lager. Dat blijkt uit analyse van de eerste 1.000 graskuilen die BLGG AgroXpertus dit jaar heeft onderzocht.

Met de dalende gebruiksruimte voor stikstof en fosfaat wordt het steeds belangrijk om het aanbod van andere nutriënten en het bodemgebruik te optimaliseren. Zwavel is belangrijk voor de ontwikkeling van gewassen en de vorming van eiwitten. Zwaveltekorten komen met name op grasland voor in  het voorjaar, tot en met juli. Bij de eerste snede - en soms ook de tweede snede – is het gevaar op een S-tekort het hoogst.

 S-index geeft inzicht in bemesting
BLGG AgroXpertus introduceerde begin dit jaar de S-index op het voederwaardeverslag, als indicatie voor de zwavelbemesting. Een te lage S-index op het voederwaardeverslag duidt op zwaveltekort tijdens de groeiperiode. Hierdoor kan 10 tot 20% drogestofproductie per jaar worden gemist. De eiwitopbrengst per ha zal ook dalen. Uit onderstaande figuur (S-index en eiwitgehaltes) blijkt dat een lage S-index samengaat met lagere eiwitgehaltes in het ruwvoer. Het omgekeerde is ook waar: een ruime S-voorziening (S-index groter dan 92) gaat hand in hand met hogere eiwitgehaltes.
Een té lage zwavelvoorziening is volgend voorjaar eenvoudig te voorkomen door een (hogere) S-gift via kunstmest te geven. Dit resulteert bij een normale vochtvoorziening in een hogere ds-productie per ha en hogere eiwitgehaltes in het gras.

 Pas op voor overschrijding van de norm
Geen enkele voorjaarskuil heeft tot nu toe té hoge S-gehaltes gehad (S-index > 115). In het najaar kunnen deze echter wel voorkomen, doordat de bodem zwavel mineraliseert. Aanvullende S-giften kunnen dan ook het beste alleen in het voorjaar gegeven worden. Een té ruime S-bemesting resulteert in erg hoge S-gehaltes in het gras. Hierdoor kan de opname en benutting van Cu en Se door het vee in gevaar komen, met gezondheidsproblemen als gevolg. <br /