Gehaltes P in ruwvoer niet leidend voor excretie

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Inkuilen van gras
Samenvatting: 
  • Er is vanwege het fosfaatplafond veel te doen rondom de fosfaatexcretie van de melkveehouderij
  • Een hoger fosforgehalte in kuilgras of vers gras zorgt niet automatisch voor een hogere fosfaatproductie
  • De aankoop van dure voeders is niet nodig als het ruwvoer voldoende bevat

Gehaltes P in ruwvoer niet leidend voor excretie

Melkveehouders die het eiwit uit graskuilen beter benutten, kunnen besparen op de aankoop van eiwit en daarmee de fosfaatexcretie beperken. Er is vanwege het fosfaatplafond veel te doen rondom de fosfaatexcretie van de melkveehouderij. De stelling dat een hoger fosforgehalte in kuilgras en vers gras automatisch zorgt voor een hogere fosfaatproductie, klopt echter niet.

    BLGG logo
     KuilKenner graskuil:  voor optimale benutting van ruwvoer
 
     Bestel      Meer info

De eerste raming van het CBS laat zien dat melkveehouders in Nederland het fosfaatplafond in 2014 niet overschreden hebben. Daar was veel angst voor vanwege de gegroeide melkproductie, veestapel, maar ook door de hogere gehaltes in het ruwvoer van 2014. 

Hogere gehaltes in het voer kunnen inderdaad leiden tot hogere excreties als daar niet voor gecorrigeerd wordt.  Bij een goede voerstrategie is dit echter niet het geval. Door het goede groeiseizoen is er in 2014 veel stikstof en fosfaat geleverd door de bodem aan het gewas. Daardoor waren zowel de droge stofproductie als de gehaltes ruw eiwit en fosfor hoger dan de voorgaande jaren.

Niet leidend voor excretie

De gehaltes in het ruwvoer zijn echter niet leidend voor de excretie. De hogere gehaltes fosfor en stikstof maken het mogelijk om te besparen op aankoop  van eiwit. “De gehaltes in het rantsoen zijn bepalend voor de prestaties van de koe, en voor de berekende excretie”, legt productmanager Gerard Abbink uit. “Als de gehaltes in het ruwvoer het uitgangspunt zijn, dan kunnen veehouders en hun adviseurs het aandeel aanvullende eiwitrijke voeders verlagen. Uiteindelijk gaat het op een melkveebedrijf om efficiëntie. De aankoop van dure voeders is niet nodig als het ruwvoer voldoende bevat.”

  2014 2015 Verschil
VEM 972 1021 5%
Ruw eiwit 192 180 -6%
Suiker 125 182 46%
P 4,6 4,4 -4%

Eerste snede 2015

De eerste snede van 2015 zal weer aanzienlijk lagere gehaltes laten zien. Uit de vele vers grasmonsters die BLGG analyseert blijkt dat er dit jaar minder ruw eiwit en fosfor in het voer zit als gevolg van de relatief droge, koude, maar zonnige voorjaarsdagen. Daardoor zit er ook erg veel suiker in het gras. Melkveehouders die al vers gras voeren via zomerstalvoedering of beweiding zullen dit terugzien in het ureumgehalte van de melk.

KringloopWijzer

Uit  diverse projecten omtrent kringloopwijzer blijkt dat 20% van de bedrijven nog gemiddeld 16% ruw eiwit in hun rantsoen gevoerd hebben.  15% is voldoende voor een goede  melkproductie. Gerard Abbink: “Daar valt dus nog wat winst te behalen. Benut het eigen ruwvoer, en voer niet overbodig bij. Dan is de invloed van hogere gehaltes in het ruwvoer beperkt, en haal je als melkveehouder het beste rendement.”