Gemiddelden eerste en tweede snede

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Weerslag op groei door koud voorjaar
Samenvatting: 

De eerste 1900 kuilen tonen een bovengemiddeld totaal ruw eiwitgehalte.

Gemiddelden eerste en tweede snede

Afgelopen voorjaar was koud, zeker de eerste maanden van het jaar. Dit had zijn weerslag het groeiseizoen; tot halverwege april was er weinig activiteit in de bodem en op het land. 

Eerste snede
Vanaf de tweede helft april klaarde het op en met gemiddeld hogere temperaturen is er een mooie vaak niet te zware eerste snede gewonnen.  Door het koude voorjaar is er op veel plaatsen wel laat bemest, dit zien we terug in de resultaten. De eerste 1900 kuilen laten een bovengemiddeld totaal ruw eiwitgehalte zien van 184 gram per kilogram. Met name de aprilkuilen moeten rekenen op veel onbestendig eiwit.

Opvallend zijn de gemiddeld hoge nitraatgehalten van deze graskuilen met 3,9 t.o.v. normaal zo’n 2,6 gemiddeld. De opgenomen stikstof heeft niet voldoende tijd gehad om omgezet te worden in eiwit. Dit kan op individuele bedrijven dit jaar een aandachtspunt zijn. Teveel nitraat kunnen koeien en jongvee slecht verwerken.

Verteerbaarheid van voorjaarsgras is dit jaar lager dan het afgelopen jaar, maar meer in lijn met de afgelopen jaren. Dit betekend dus een gemiddeld goed Penskarakter met meer onbestendige eiwitten. Hiermee zal in de rantsoenen rekening mee moeten worden gehouden.

Tweede snede
De eerste uitslagen van de tweede snede zijn inmiddels ook binnen bij Eurofins Agro, deze laten een ander beeld zien. Door de aanhoudende droge periode is veel gras snel in de aar geschoten, dit heeft zijn weerslag op de voederwaarde. Deze zal gemiddeld niet veel hoger dan 870-880 VEM uitkomen en zullen net als vorig jaar  een gemiddeld hoge ruw eiwitgehalten hebben. 

 

Deze uitslagen hebben we meegenomen in ons overzicht met meerjarengemiddelden graskuilen voorjaar.