Kies het best passende maisras voor uw bedrijf

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Welk ras mais kiest u voor 2017?
Samenvatting: 
  • Welk maisras past het beste? Dat is nogal verschillend per bedrijf en afhankelijk van diverse factoren.
  • De maisrassenlijsten voor 2017 zijn bekend.
  • Heel bepalend is de hoeveelheid mais in het rantsoen.

Kies het best passende maisras voor uw bedrijf

De tijd is aangebroken om het juiste snijmaisras voor 2017 te kiezen. De rassenlijsten zijn bekend. Het loont om daar een weloverwogen keuze in te maken. Het is slim om daarbij een aantal vragen te stellen. Wij zetten ze hierbij voor u op een rij.

Eurofins Agro krijgt regelmatig vragen binnen over het te kiezen maisras. Meestal wordt gevraagd: ‘Wat is beter? Een vroeg of een laat ras’. Stelregel 1: dit is erg afhankelijk van uw situatie. En wellicht kunt u zelfs meerdere rassen kiezen als u verschillende kwaliteitsdoeleinden nastreeft op uw bedrijf, of nogal verschillende grondsoorten heeft. Hieronder vindt u de rassenlijsten.

Rassenlijsten voor 2017

Let bij de keuze in ieder geval op de volgende 8 zaken:

1. Is het aandeel mais hoger of lager dan 50% in het rantsoen?

Voert u minder dan 50% mais? Ga dan voor maximale kwaliteit en bij voorkeur een vroeg(er) ras. De kans dat de afrijping dan in het najaar goed is verlopen, is dan groter. De FAO-index is ingesteld door de Food and Agriculture Organization (FAO). Hoe vroeger het ras, hoe lager het FAO-getal. Zeer vroege rassen hebben een FAO-getal van 170 tot 200. Bij vroege rassen is dat getal 200 tot 230. Bij middenvroege rassen is het 230 tot 250.

Belangrijke kwaliteitskenmerken bij mais zijn zetmeel, VEM per kilo droge stof en celwandverteerbaarheid.

Voert u meer dan 50% mais? Dan kan een later ras ook vaak goed. Late rassen kunnen in potentie een hogere droge stofopbrengst leveren, doordat er meer zonuren benut worden. 

2. Zit u krap of juist ruim in het ruwvoer?

Als u krap in het ruwvoer zit voor uw vee, dan is het slim om te gaan voor hoge droge stofopbrengsten in combinatie met goede voederwaarde. VEM per kilo droge stof is een goede indicator. Dit is de hoeveelheid energie per kilo droge stof mais.

3. Bent u in het Noorden of Zuiden gevestigd?

Nederland is een klein land, toch zijn de verschillen voor de maisteelt elk jaar weer behoorlijk groot tussen het Noorden en Zuiden. Late rassen hebben over het algemeen meer succes in het Zuiden.

4. Hoe is het gesteld met de bodem?

Het is van belang dat de mais wel op tijd rijp kan worden in de Nederlandse omstandigheden.  Het risico van een laat ras is dat het in slechte omstandigheden geoogst moet worden. Het is funest voor de bodem en teelten in de daarop volgende jaren waar structuurschade  is veroorzaakt. Ook word het moeilijker om een geslaagde groenbemester te telen. Kies  dan liever voor een wat vroeger ras.

Kennis van de bodem is daarbij uiteraard van groot belang. Dit jaar was de maisoogst op veel plekken niet optimaal vanwege de soms erg natte omstandigheden in het voorjaar. Uiteraard kan niemand iets doen aan 100 mm regen in één keer. Maar structuur is zeer bepalend hoe de grond om kan gaan met extreme omstandigheden. Bekalken en voldoende organische stof zorgen voor een goede afwatering en tegelijkertijd de capaciteit om vocht vast te houden voor droge perioden. De pH is ook zeer belangrijk voor mais, die moet bij voorkeur rond de 5,5 zijn in zandgrond. Ook daar kan bekalken goed bij helpen.

Wilt u de gesteldheid van uw bodem weten? Vraag dan grondonderzoek aan. Wij raden u aan om voor mais minimaal BemestingsWijzer Extra aan te vragen. Daarin wordt ook borium onderzocht, zeer belangrijk voor de maisteelt.

5. Wilt u meer inzetten op weerbaarheid?

Heeft u in de laatste jaren te maken gehad met ziekten in de mais, zoals stengelrot of bladvlekkenziekte? Kies dan voor een ras met een goede resistentie, pas wisselbouw toe of kies voor het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel later in de teelt. 

6. Veel onkruid in de percelen?

Als u veel last heeft van onkruid tussen de mais, dan is het slim om daarop te anticiperen door te kiezen voor een ras met een snelle grondbedekking. 

7. Groenbemesters telen na de mais?

Het kan dan zeer lucratief zijn om voor een vroeger ras te kiezen.  Als de mais er vroeger af is, dan heeft u meer kans op een succesvolle teelt van de groenbemester als er nog voldoende zonuren over zijn en de bodemtemperatuur hoger.

8. Zijn uw percelen windgevoelig?

Op de rassenlijst staat ‘zomerlegering’ vermeld. Als de plant onvoldoende steunwortels heeft gevormd terwijl de stengel als wel sterk is geworden, dan bestaat het risico dat de plant ‘ontworteld’ wordt. Het risico daarop is groter op zware (natte) grond. Ook ‘green snap’ staat vermeld op de rassenlijst: de gevoeligheid voor het afbreken van stengels. Goed om rekening mee te houden!