Meer boterzuurbesmettingen in voorjaarskuil

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Verhouding droge stof en NH3-fractie
Samenvatting: 
  • Dit voorjaar zijn door de wisselvallige weersomstandigheden veel meer kuilen onder slechte omstandigheden ingekuild dan de laatste 5 jaar.
  • Hierdoor is een aanzienlijk grotere kans op boterzuurbesmettingen.
  • Het is daarom verstandig om bij problemen een analyse op de ‘anaerobe sporen’ te laten uitvoeren.

Meer boterzuurbesmettingen in voorjaarskuil

Dit voorjaar zijn door de wisselvallige weersomstandigheden veel meer kuilen onder slechte omstandigheden ingekuild dan de laatste 5 jaar. Hierdoor verwacht BLGG AgroXpertus kwaliteitsproblemen (boterzuurbesmettingen) die we de laatste jaren slechts zelden hebben gezien.

“Gezien de grote hoeveelheden die geoogst zijn kan mogelijk niet voorkomen worden dat deze kuilen ook aan het melkvee gevoerd worden”, vertelt Gerard Abbink. Hij is productmanager veehouderij bij BLGG AgroXpertus. Volgens hem is het belangrijk om hier alert op te zijn. “Boterzuurbesmettingen in de melk komen van boterzuursporen die zich op de spenen bevinden. Deze komen in de melk terecht. Dit veroorzaakt kwaliteitsproblemen in de zuivelproductie. Daarom wordt hier streng op gecontroleerd en kan het zijn dat melkveehouders boetes ontvangen of zelfs niet meer mogen leveren in het geval van grote boterzuurbesmettingen in de melk.”

Ruwvoer bron besmetting
De boterzuursporen kunnen op de spenen terecht komen via grond of mest.  Diverse onderzoeken hebben echter aangetoond dat in de meeste gevallen het ruwvoer de bron van de besmetting is. In kuilen (gras en mais, veelal gras) kunnen veel boterzuursporen zitten. Via het voer komen deze in de mest terecht en kunnen ze de spenen besmetten. Hygiënisch werken  in de stal is daarom van cruciaal belang.

Boterzuursporen in de kuil
Vooral kuilen die onder slechte omstandigheden ingekuild zijn, veroorzaken het risico op een flinke besmetting. Dit zijn kuilen die onder natte omstandigheden gemaakt zijn, maar ook (droge)kuilen die een te lange veldperiode  (meer dan 3 dagen) hebben gehad. Dit heeft te maken met het feit dat ook grondverontreiniging het aantal boterzuur bacteriën in het product kan vergroten. Daarnaast hebben natte kuilen (minder dan 30% droge stof) vaak een hogere NH3-fractie waardoor de conservering minder goed slaagt en boterzuurbacteriën zich kunnen vermeerderen.  Droge kuilen zijn weer gevoelig voor broei wat ook een verhoogde boterzuur ontwikkeling veroorzaakt.

Kuil niet homogeen
Een hoge NH3-fractie (>12) en hoog boterzuurgehalte (>3,0) op de kuilanalyse zijn indicaties dat er veel risico is op boterzuursporen. Het kan echter gebeuren dat de gemiddelde NH3-fractie of het gemiddelde boterzuurgehalte wel goed is, maar er toch sprake is van verhoogd boterzuur in de melk. Dit kan gebeuren als de kuil niet homogeen is (droge en natte partij, of  niet homogeen gedroogd/verdeeld) of als er veel broei aan het snijvlak is. Kuilgras met een percentage droge stof van minder dan 27 hebben gemiddeld al een NH3-fractie van 12 of hoger. Daarmee zullen er dit voorjaar relatief veel risicokuilen zijn.
 
Onderzoek ‘anaerobe sporen’
Omdat het uiteindelijk de boterzuursporen (kiemen van de bacterie) zijn die de schade veroorzaken, is het verstandig om bij problemen een analyse op de ‘anaerobe sporen’ te laten doen.  Dit onderzoek is niet duur en kan ook aanvullend bij een regulier kuil onderzoek gedaan worden. Op het verslag wordt de gemeten concentratie weergegeven met de streefwaarde (<10.000 kve). Als u vermoedt dat uw kuil geen gunstige conservering heeft gehad, kunt u dit bij de reguliere monstername aanvragen.  Als u al van deze kuil voert op moment van bemonstering is het raadzaam om ook het snijvlak mee te bemonsteren.

Hoe is een besmetting te voorkomen?

  • Streef naar een percentage droge stof tussen de 35 en 45
  • Bij minder gunstige omstandigheden altijd laten hakselen
  • Gebruik bij natte omstandigheden een inkuilmiddel
  • Voorkom broei
  • Veldperiode niet te lang laten worden.
  • Stel machines goed af, zodat er zo min mogelijk grond in de kuil komt.

Wat te doen bij een besmette kuil?

  • Probeer zo min mogelijk aan het melkvee te voeren.
  • Als er aan melkvee gevoerd wordt, houd het rantsoenaandeel van de kuil dan laag.
  • Werk extra hygiënisch in de stal (voorbehandeling, boxen schoonmaken, etc.)
  • Werk extra netjes aan de kuil
  • Voer geen rotte of schimmelende plekken.


-> Meer informatie over KuilKenner gras

-> KuilKenner gras direct aanvragen

LEES OOK:
Sporen van boterzuurbacteriën; plaaggeest van kuil tot kaas (publicatie WUR Wageningen)