MestCheck geeft grip op bemesting

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Pakketje met zelf genomen mestmonster
Samenvatting: 

Broers Bokma: ‘We zoeken steeds de optimale bemestingsstrategie en de MestCheck is daar een zeer betrouwbaar hulpmiddel bij.’

MestCheck geeft grip op bemesting

De gebroeders Bokma zijn bezig met het optimaliseren van hun bemesting en ze gebruiken verschillende instrumenten om dit te bereiken. ‘Het verkeerd bemesten kost gewoon geld’, aldus Sjoerd Bokma. Een verschil van 10% tussen de beoogde en de daadwerkelijke nutriëntenbemesting geeft een wezenlijk verschil in opbrengsten gedurende het seizoen. 

Nadat de drie broers Bokma het bedrijf in 1999 overgenomen hebben en in VOF verder zijn gegaan is er een hoop veranderd. Zo is het bedrijf gegroeid tot 190 melkkoeien en hebben ze nu 99 hectare in gebruik, waarvan 18 hectare mais. De laatste grote verandering was het bouwen van een nieuwe stal in 2008, waar ze een rapid-exit melkput in hebben gezet. Hierdoor verloopt het melken een stuk sneller. 

De broers hebben de taken goed verdeeld, iedere broer heeft zijn eigen interesses en dat past prima binnen het bedrijf. Al blijven er natuurlijk zaken die gezamenlijk worden gedaan; het oogsten van de gewassenen melken wordt keurig afgewisseld. 

Ook zijn de broers bezig met andere veranderingen, die minder in het oog springen. Zo is het grip krijgen op de bemesting een van de doelen. Het bedrijf werkt met een programma dat per perceel kan aangeven hoe en wat er bemest moet worden. Dit wordt gebaseerd op de BemestingsWijzer die eens in de vier jaar uitgevoerd wordt, op het management van het perceel (beweiden of maaien) en op de geschatte opbrengst. Na het maaien wordt de daadwerkelijke opbrengst ingevoerd. 

Om dit alles optimaal samen te brengen is het van groot belang dat alle bemestingsacties ook bijgehouden worden. Zo heeft de kunstmeststrooier een weeginrichting en strooicomputer, die per perceel anders wordt ingesteld. Na afloop wordt opgeschreven wat er daadwerkelijk gestrooid is, het kan natuurlijk zijn dat er stroken net dubbel gestrooid zijn of dat een kunstmest een ander soortelijk gewicht heeft. Ook dit wordt genoteerd. 

Maar als de kunstmestgift zo goed wordt gedocumenteerd dan mag de eigen drijfmest natuurlijk niet achterblijven. Vandaar dat de Bokma’s de MestCheck gebruiken om te weten wat er precies in de mest zit. ‘Voor die vijftig euro moet je het gewoon doen, verkeerd bemesten is veel duurder,’ vinden de broers. 

Dit wordt echter niet vooraf gedaan, maar pas na de eerste bemesting. Sjoerd legt uit: ‘Het moeilijkste van alles is een goed en representatief monster te nemen, als we wachten tot na de eerste keer bemesten kunnen we de put beter mixen en hebben zodoende een beter beeld.’ Dat deze aanpak werkt is te zien in de resultaten. Vergeleken met de meting van 2013 zijn de gehaltes aan organische stof, droge stof en ruw as hetzelfde gebleven. 

Dit geeft de Bokma’s vertrouwen dat het monster goed genomen is. Aangezien ze de afgelopen drie jaar weinig veranderingen hebben toegepast die een verschil in mestsamenstelling zouden kunnen veroorzaken, is het logisch dat de gehaltes hetzelfde zijn gebleven in de afgelopen jaren. 

Omdat er weinig met fosfaat kan worden geschoven vinden de broers het belangrijk dat ze weten wat er in de mest zit. Elk perceel heeft zijn eigen behoefte aan fosfaat, het ene perceel heeft meer nodig dan het andere. Met de MestCheck kan bepaald worden hoeveel fosfaat er precies in de mest zit. De drijfmest kan zo beter gericht worden ingezet: Een perceel dat meer fosfaat nodig heeft krijgt meer drijfmest en op een perceel dat met minder fosfaat toe kan wordt wat meer kunstmest toegediend. Op deze manier krijgen de Bokma’s veel grip op de bemesting en daarmee ook op de opbrengst van gras. In 2017 viel het verhoogde stikstof- en kaligehalte op. Vooral het organisch gebonden stikstof was omhoog gegaan. Voor de bemesting betekent dit dat er minder N en K uit kunstmest nodig is, wat uiteindelijk resulteerde in lagere kunstmestkosten. 

Voor 2018 staat er weer een check op de planning. Sjoerd Bokma zegt daarover: ‘We zijn onlangs overgegaan van zaagsel naar koolzaadstro als strooisel in de boxen. Het zaagsel zagen we nog wel eens terug op het veld bij de eerste keer bemesten.’ Koolzaadstro zal hoogstwaarschijnlijk makkelijker zijn mineralen vrijgeven wat ten goede komt aan de bemestingswaarde. Om te kijken of dat werkt wordt er weer een check uitgevoerd. 

De broers besluiten: ‘We zoeken steeds de optimale bemestingsstrategie en de MestCheck is daar een zeer betrouwbaar hulpmiddel bij.’

Trefwoorden: