Voeding Compleet

Streefwaarde suiker afhankelijk van droge stof

BLGG AgroXpertus laat het vaste streeftraject van 60-140 g suiker per kg ds los. Hiervoor in de plaats wordt een traject gehanteerd dat afhankelijk is van het drogestofpercentage. Hier is voor gekozen gezien de rol van suiker in het conserveringsproces.

Het slagen van de conservering van een kuil is afhankelijk van droge stof, suiker, NH3-fractie, nitraat en ruw as. Suiker is de brandstof voor de groei van melkzuurbacteriën in de kuil. Afhankelijk van het drogestofgehalte stabiliseert de pH tussen 4 en 5,5.

Een natte kuil heeft gedurende het conserveringsproces meer suiker nodig om de pH te laten dalen. Er zal dan ook minder suiker achterblijven in het eindproduct. Een droge kuil vraagt minder zuur. De pH blijft hoger en er blijft meer suiker over.

Gezien het verschil in de hoeveelheid benodigde suiker tijdens het conserveringsproces tussen natte en droge kuilen, zijn de streefwaarden nu afhankelijk van het ds-gehalte van de kuil.

Op het Kuilkenner-verslag staat het suikergehalte en het streeftraject, behorend bij het gemeten ds-gehalte van de kuil, weergegeven.