Wiki's

Aardappelcystenaaltjes

Aardappelcystenaaltjes (verantwoordelijk voor aardappelmoeheid (AM)) worden onderverdeeld in twee soorten: Globodera rostochiensis (Ro) en Globodera pallida (Pa). Beide soorten bestaan uit verschillende groepen, pathotypen genoemd. Deze pathotypen verschillen in hun vermogen om zich te vermeerderen op resistente rassen.

Voor G. rostochiensis zijn dit vijf verschillende pathotypen: Ro1, Ro2, Ro3, Ro4, Ro5, waarvan Ro1 het meest voorkomende type is en Ro4 en Ro5 het minst. Binnen G. pallida is wel veel variatie tussen de populaties maar er zijn geen duidelijk te onderscheiden pathotypen.

De meeste zetmeelrassen beschikken over resistentie tegen beide soorten. Sommige rassen zijn uitsluitend resistent tegen één van beide soorten. Of, in het geval van G. rostochiensis, niet tegen alle pathotypen.

Van de consumptierassen komen langzamerhand steeds meer rassen beschikbaar die resistent zijn tegen beide soorten. Bij een besmetting met G. pallida is het effect van een resistent ras afhankelijk van de populatie. Dit houdt in dat de afname van de populatie door een resistent ras op het ene perceel anders kan zijn dan op het andere.

Let op: ook mengbesmettingen van verschillende pathotypen komen voor. Belangrijk is dat het effect van het resistente ras door bemonstering wordt gevolgd.

Bemonstering
De wet verplicht dat er voor de teelt van uitgangsmateriaal een onderzoeksverklaring ligt, dat er op AM-vrije grond wordt geteeld. Deze verplichte bemonstering is vrij extensief en de detectiekans is daardoor relatief laag. Om een beginnende besmetting vroegtijdig op te sporen en maatregelen te kunnen nemen is een vrijwillige intensieve bemonstering (AMI) noodzakelijk.

Soortbepaling
Als een besmetting wordt gevonden, is het van groot belang om een soortbepaling te laten uitvoeren. Met behulp van een soortbepaling is vast te stellen of het gaat om een G. rostochiensis-, een G. pallida-, of om een mengbesmetting. Dit is een belangrijke eerste stap voor een juiste rassenkeuze. Op dit moment kan deze soortbepaling met behulp van PCR-technieken worden uitgevoerd. Met deze techniek wordt de soortbepaling bepaald aan de hand van DNA. De toets is zeer betrouwbaar, mede doordat er een veel groter aantal cysten in één bepaling betrouwbaar kan worden getoetst.

Rassenkeuze
Om schade in zetmeel- en consumptieaardappelteelt te voorkomen, is het niet per se nodig rassen te kiezen die 80% afname van de aaltjespopulatie geven. Ook rassen die in meer of mindere mate vermeerdering geven zijn bruikbaar voor de beheersing van AM. De mate van resistentie die nodig is om het bouwplan rond te zetten, hangt af van de teeltfrequentie en de agressiviteit van de aanwezige aaltjespopulatie. Naarmate de teeltfrequentie kleiner is, moet de mate van resistentie hoger zijn. De inschatting is dat binnen een rotatie van 1 op 4 een relatieve vatbaarheid (RV) van 25% of lager voldoende is om zonder grondontsmetting schade te voorkomen. Voor een rotatie van 1 op 3 is dit een RV van 15% en voor een rotatie van 1 op 2 een RV van 10%. Bij 1 op 5 is het 37%.

Let op: Er blijven in deze situaties wel cysten op het perceel aanwezig. Deze strategie kan nadelig uitpakken wanneer het bedrijf er bij een survey uitgelicht wordt. En bij partijkeuringen voor de export kunnen er cysten op de knollen aanwezig zijn.

De gegevens over de relatieve vatbaarheid van aardappelrassen zijn, sinds het wegvallen van de officiële aardappelrassenlijst, beschikbaar gesteld op de site van de NVWA. Hier staat niet alleen de exacte relatieve vatbaarheid aangegeven, maar ook de Europese klassenindeling met negen klassen, zie ook onderstaande tabel. De gegevens van de exacte relatieve vatbaarheid bieden meer mogelijkheden om binnen een ruim bouwplan rassen te selecteren met afdoende resistentie.
 
Herkenning in het veld (aardappel):

  • Algemeen vertraagde groei of regelmatig gevormde valplek
  • Valplek meestal ovaal van vorm
  • In het midden van de plek kleine planten, naar buiten toe grotere planten
  • Gewas sluit later of helemaal niet
  • Verschillende bloeistadia

Herkenning op de wortel (aardappel):

  • Vanaf half juni beginnen witte bolletjes zichtbaar te worden op de wortels van vatbare rassen
  • Aan de verkleuring van de cyste is de soort te herkennen
  • Cysten van Globodera pallida verkleuren van wit naar bruin
  • Globodera rostochiensis cysten verkleuren van wit via geel naar bruin
  • Let op: bij resistente rassen zijn nauwelijks cysten te vinden op de wortels. Dat wil niet zeggen dat er geen schade optreedt

Bron: Actieplan Aaltjesbeheersing. Het Actieplan is een initiatief van het voormalige Productschap Akkerbouw en LTO Nederland.