Bietencystenaaltjes

Er zijn in Nederland twee soorten bietencystenaaltjes. Dit zijn Heterodera schachtii (wit bietencystenaaltje) en Heterodera betae (geel bietencystenaaltje). Het wit bietencystenaaltje komt door heel Nederland voor. Het geel bietencystenaaltje komt alleen voor op de zandgronden. Ze brengen schade toe aan onder andere suikerbieten, koolzaad en spinazie. Het geel bietencystenaaltje kan daarnaast ook schade aanbrengen aan erwten en bonen. De bietencystenaaltjes veroorzaken o.a. bietenmoeheid. Aangetaste planten blijven meestal pleksgewijs achter in de groei, bij ter plaatse gezaaide gewassen treedt vaak groeivertraging op en bij bieten ontstaat sterke zijwortelvorming (baardgroei). Op de wortels zitten eerst witte (of gele), later bruine cysten.

Bemonstering
Het bemonsteren van alleen bietencystenaaltjes is mogelijk in de periode vanaf de oogst van het hoofdgewas (niet-waardgewas) tot aan het bieten zaaien. In verband met nauwkeurigheid van de analyse is het raadzaam om niet binnen een half jaar na de teelt van kruisbloemige groenbemesters of een waardgewas te bemonsteren. Dit leidt namelijk tot een onderschatting van het werkelijk aantal bietencystenaaltjes. Waardgewassen zijn rode biet, spinazie, broccoli en koolsoorten. Laat ook niet binnen drie maanden na een natte grondontsmetting bemonsteren.

Een aaltjesonderzoek geeft een overzicht van de besmetting van het perceel. Naast het totaal aantal gevonden cysten, het aantal levenskrachtige cysten en het aantal eieren en larven vermeldt het ook de hieruit voortvloeiende besmettingsklasse (zie onderstaande tabel).

Rassenkeuze
De uitslag van een bemonstering kan inzicht geven in de rassenkeuze. Bietencystenaaltjesresistente rassen zijn partieel resistent tegen witte en gele bietencystenaaltjes. Op de site www.irs.nl kunt u voor uw eigen besmettingssituatie uitzoeken welk ras het meest geschikt is. Dit betekent dat er nog altijd vermeerdering van het aaltje kan plaatsvinden, maar wel minder dan bij vatbare rassen. IRSrassenproeven bij verschillende aaltjesdichtheden laten zien dat het rendabel is om vanaf een lichte besmetting bietencysteaaltjesresistente rassen in te zetten tegen witte bietencystenaaltjes. Bij gelebietencystenaaltjes is uit rassenproeven in 2010 en 2011 gebleken dat vanaf 75 eieren en larven per 100 ml grond het al rendabel is om partieel resistente rassen te zaaien. Bovendien bleef de vermeerdering van dit aaltje beperkt. Bij een zware tot zeer zware besmetting van beide aaltjes is het verstandig om de bieten, indien mogelijk, op een ander perceel te telen. Ook bij de teelt van partieel resistente rassen ontstaat bij hoge aaltjesdichtheden toch schade.

Herkenning in het gewas (suikerbiet):

  • Slapende bieten (platliggend)
  • Algemeen vertraagde groei of regelmatig gevormde valplek
  • Valplek is ovaal van vorm
  • Valplek met in het midden kleine planten en naar buiten toe grotere planten
  • Gewas sluit later
  • Bietencystenaaltjes bevorderen magnesiumgebrek en Verticillium in bieten. Dit is vaak pleksgewijs zichtbaar vanaf augustus

Herkenning op de wortel (suikerbiet):

  • Vanaf half juni witte bolletjes op de wortels; bij warm voorjaar al eind mei zichtbaar.
  • Cysten hebben ‘citroen’-achtige vorm.
  • Twee soorten:

-    Witte bietencystenaaltjes cysten verkleuren van wit naar bruin.
-    Gele bietencystenaaltjes cysten verkleuren van wit via geel naar bruin.

  • Let op: bij resistente rassen zijn nauwelijks cysten te vinden op de wortels. Dat wil niet zeggen dat er geen schade optreedt.

Bron: Actieplan Aaltjesbeheersing. Het Actieplan is een initiatief van het Productschap Akkerbouw en LTO Nederland.