Koper

Dier
Koper (Cu) is een spoorelement; wat betekent dat het een essentieel element is, dat slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig is in het lichaam. Koper is van belang voor de aanmaak van rode bloedcellen, pigment, haren, bindweefsel en het stofwisselingsproces (activatie van enzymen). Koper wordt opgeslagen in de lever, zodat er een bepaalde voorraad ontstaat. Zogende kalveren en lammeren zijn afhankelijk van deze voorraad, aangezien melk een laag kopergehalte bevat.

  Behoefte aan Koper (CVB, 2005)
Categorie mg/kgds mg/dier/dag
Jongvee vanaf 4 maanden 14,4 56
Jongvee vanaf 9 maanden 16,4 92
Jongvee vanaf 16 maanden 18,1 132
Droog 25,2 277
Melkgevend (15 kg) 12,9 219
Melkgevend (30 kg) 11,6 244

 

Kopergebrek bij dieren

Een kopergebrek leidt tot bloedarmoede en geeft een dof, ruig haarkleed, verkleuring van het haar rond de ogen (‘koperbril’), verdikte kogels, diarree en een verlaagde melkproductie. Jongvee aan het einde van de weideperiode heeft een relatief grote kans op een kopertekort en kan daardoor achterblijven in de ontwikkeling.

Ondanks een goede kopertoestand kan er toch een gebrek ontstaan, als gevolg van een slechte benutting van het koper in het voer. Eiwitten en ijzer kunnen de koperabsorptie remmen. Daarnaast kunnen zwavel en molybdeen samen met koper niet-afbreekbare complexen vormen in de pens.

Koperovermaat bij dieren

Een koperovermaat geeft al snel vergiftiging bij schapen en in nog hogere hoeveelheden ook bij melkvee. De gevolgen zijn leverbeschadiging, afbraak van rode bloedcellen, bloedarmoede, necrose, geelzucht en in ernstige gevallen de dood. Het CVB (2005) geeft een toxische grens aan voor koper bij rundvee van 40 mg/kgds (bij chronisch hoge gehalten). Het wettelijk maximum ligt op 35 mg/kg volledig rantsoen (88% ds) voor rundvee en op 15 mg/kg voor schapen.

Bodem en gewas
Ook voor gewassen is koper in kleine hoeveelheid noodzakelijk voor de ontwikkeling. Een kopertekort treedt met name op bij veengronden en armere zandgronden. Wanneer de bodem alkalisch is en veel organische stof bevat, zal relatief veel molybdeen en zwavel worden opgenomen door gewassen, ten koste van koper.
Koper is evenals borium belangrijk voor de korrelzetting in mais. De hoeveelheid koper in de bodem kan bij BLGG AgroXpertus worden onderzocht via het ‘sporenpakket’ van BemestingsWijzer.

Ruwvoeders met een gemiddeld niveau aan koper zijn gras, graskuil, terwijl snijmaïs en CCM wat lager zitten. In graskuil is het kopergehalte flink gedaald door de strengere bemestingsnormen van de laatste decennia. Goede koperbronnen zijn granen en koolzaad. Met Kuilkenner Excellent wordt exact gemeten hoeveel spoorelementen er in het ruwvoer zitten.

Kopergehalte (mg/kgds); BLGG AgroXpertus 2009-2013
  Vers gras Graskuil Maissilage Luzerne
Gemiddelde 8,8 7,8 3,7 8,9
Streef-traject - 12,0-15,0 - -