Virussen bij jonge aanplant: wat te doen?

PrintPrint  Stuur doorStuur door
Virussen kunnen overeenkomstige ziektebeelden veroorzaken.

Klik voor meer afbeeldingen

Samenvatting: 
  • Virussen zijn moeilijk te herkennen. Deskundig onderzoek door de PlantDoctor geeft duidelijkheid.
  • Bij twijfel: direct isoleren en opsturen voor onderzoek.
  • Omdat het besmettingsgevaar groot is, is hygiënisch werken belangrijk.

Virussen bij jonge aanplant: wat te doen?

“Bij twijfel: de planten direct isoleren en opsturen voor onderzoek.” Dat is het advies van ing. Trudie Coenen, PlantDoctor bij BLGG AgroXpertus, bij ziektesymptomen. “Dit is het moment waarop je als ondernemer nog iets kunt doen bij problemen met jonge aanplant.”

Virussen zijn moeilijk te herkennen. Zeker om vast te stellen om welk virus het gaat is een deskundig oog en onderzoek nodig. Bij BLGG AgroXpertus werkt daarom Trudie Coenen, de PlantDoctor. “Ondernemers gaan hier nogal verschillend mee om. Mijn advies: bij twijfel direct de plant isoleren en opsturen voor onderzoek. Wij onderzoeken de plant en hebben snel resultaat.”

Obligate parasieten
Virussen  zijn ‘obligate parasieten’. Dat wil zeggen:  ze kunnen niet leven zonder een waardplant (plant waarop een parasiet groeit en zich kan vermeerderen) en moeten verplaatst worden van de ene plant naar de andere om te overleven. Er bestaan virussen die overgedragen worden door insecten. Andere soorten worden via het zaad verspreid of gaan via gewashandelingen mechanisch over van de ene plant op de andere. Een kleine besmetting kan uitgroeien tot een groot probleem. Misvormingen en slechte vruchtzetting levert directe schade voor de tuinder.

Trudie Coenen: “Omdat het besmettingsgevaar groot is, is hygiënisch werken belangrijk. Het is belangrijk dat de ondernemer daar oog voor heeft. Zeker als er twijfel bestaat bij bepaalde planten.”

Zo snel mogelijk duidelijkheid
Naast hygiëne is het belangrijk om te weten óf je met een virus te maken hebt en met welke. Coenen: “Om effectief te kunnen bestrijden moet je weten hoe het overgedragen wordt. Symptomen kunnen een indicatie geven dat we met een virus te maken hebben. Virussen kunnen echter overeenkomstige ziektebeelden veroorzaken. Het is dus belangrijk om bij signalering zo snel mogelijk duidelijk te krijgen wat de oorzaak is van de aantasting, zodat goed en snel ingegrepen kan worden om erger te voorkomen.”

Bestrijding van trips
Virussen zijn niet chemisch te bestrijden. Daarom is het zaak om de bron zo snel mogelijk te verwijderen. Als insecten de vector (verspreider) zijn van het virus, moeten deze zo spoedig mogelijk onder controle worden gebracht. Ook biologische bestrijding van trips is mogelijk. Volwassen trips kunnen met de wind verplaatst worden, daarom moeten ventilatieopeningen en toegangsmogelijkheden naar de kas voor de trips beperkt blijven. Plantenresten moeten opgeruimd worden, net als onkruiden in de omgeving. Voorbeelden van virussen die door middel van trips worden overgedragen zijn het tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) en het Impatiëns vlekkenvirus (INSV).

Verspreiding via zaad
Een voorbeeld van een virus dat door middel van het zaad wordt verspreid is het komkommerbontvirus (CGMMV), een van de problematische virussen in de komkommerteelt. Het kan ook mechanisch worden verspreid via gewashandelingen, kleding en besmet water. Coenen: “Het is belangrijk uit te gaan van schoon zaad en een schone kas. Worden symptomen gesignaleerd, dan geldt ook hier: de plant isoleren en  zo spoedig mogelijk controleren. Zorg daarnaast voor een vaste werkrichting in de kas. Voer gewashandelingen uit met magere melk, om verspreiding van het virus te voorkomen. Na de teelt is het zeer belangrijk alles goed en grondig schoon te maken en te ontsmetten. Alle plantenresten moeten van het terrein zijn, voor een nieuwe teelt kan beginnen.”

Door middel van Diagnoster heeft u snel zekerheid over plantenziekten. Wilt u het deskundig oordeel van de PlantDoctor inzetten om eventuele ziektes vroeg te signaleren? Vraag Diagnoster aan.