Kalium

Kalium bij dieren

Kalium (K) speelt samen met chloor (Cl) en natrium (Na) een essentiële rol bij de osmotische druk van lichaamscellen en daarmee de vochthuishouding van het lichaam. Samen bepalen deze mineralen het kation-anion-verschil (KAV; ook wel zuur-base-evenwicht) van het rantsoen en van het lichaam.
Kalium speelt een rol bij de productie van enzymen (van belang bij de energieoverdracht in cellen en de koolhydraatstofwisseling). Daarnaast is kalium van belang voor de prikkeloverdracht in de spieren, inclusief het hart. Het kaliumgehalte in het bloed is wordt zeer constant gehouden. Een overschot of tekort wordt weerspiegeld in de urine.

  Behoefte aan kalium (CVB, 2005)
Categorie g/kgds g/dier/dag
Jongvee vanaf 4 maanden 4,4 17
Jongvee vanaf 9 maanden 4,6 26
Jongvee vanaf 16 maanden 4,8 35
Droog 5,1 56
Melkgevend (15 kg) 5,7 121
Melkgevend (30 kg) 7,7 162

Kaliumtekort
Een kaliumtekort geeft geen specifieke gebreksverschijnselen, maar leidt tot een vermindering van de voer- en wateropname en een lagere melkproductie. Andere verschijnselen kunnen zijn ‘likzucht’, spierkrampen en gevoeligheid voor allerlei prikkels. Normaal gesproken zit er altijd voldoende kalium in het rantsoen.

Kaliumoverschot
Een kaliumoverschot remt de absorptie van magnesium en calcium, waardoor dieren gevoeliger zijn voor kopziekte en melkziekte. Het CVB (2005) geeft een toxische grens aan van 30 g/kgds (bij chronisch hoge gehalten). BLGG AgroXpertus adviseert een maximum van 25 g/kg ds en liever lager.

Kalium in bodem en gewas

Kalium is een onmisbaar mineraal bij de vochthuishouding en de stofwisseling van planten en is het mineraal dat na stikstof in de grootste hoeveelheden wordt opgenomen. Een kalium tekort remt dan ook direct de groei van de gewassen. Met name gras en luzerne bevatten relatief hoge gehalten aan kalium en zijn hier gevoelig voor. Mais bevat veel minder kalium, evenals CCM, bietenperspulp en bierbostel.

Kaliumgehalte (g/kgds); BLGG AgroXpertus 2009-2013
  Vers gras Graskuil Maissilage Luzerne
Gemiddelde 34 33 11 29
Streef-traject 25-35 25-35 10-14 25-35

Extra bemesting met Kalium

Kalium kan vrij gemakkelijk uitspoelen, met name op lichtere gronden. De hoeveelheid kalium in de bodem die beschikbaar is voor het gewas neemt in diverse regio’s af. Dit komt doordat er (vanwege de bemestingsregels) jaarlijks minder mest mag worden uitgereden. Daarnaast neemt het gemiddelde kaliumgehalte in mest af. Daarom is het van belang om door middel van BemestingsWijzer van Blgg AgroXpertus te beoordelen of het gewas een extra kaliumgift nodig heeft. Extra bemesting met kalium (in de vorm van K2O; kali) heeft over het algemeen een positieve invloed op de opbrengst en kwaliteit van gewassen. Het vermindert de gevoeligheid van gewassen voor droogte, vorst, schimmels en verbetert de houdbaarheid.