Klant aan het woord: Bemesten op het scherpst van de snede
26 februari 2025
Zorgen voor een gezonde bodem, voldoende grasopbrengst en optimaal ruwvoer is een steeds grotere uitdaging. Jan Blankenstijn, melkveehouder in Herwijnen, maakt zich zorgen. Samen met zijn adviseurs en met de grond-, gewas- en mestonderzoeken door Eurofins maakt hij jaarlijks een bemestingsplan. Naast kunstmest zet hij mineralenconcentraat in en doet hij nog wat via het voerspoor. Zo vult hij tekorten aan die ontstaan door het wegvallen van derogatie en werkt hij op het scherpst van de snede.
Blankenstijn boert op 62 hectare en heeft 135 koeien en 37 stuks jongvee. Samen met zijn vrouw Lianne heeft hij een modern bedrijf op zware klei in het Gelderse riverengebied. Zeven jaar geleden verhuisde de V.O.F. Blankenstijn vanuit Ingen naar deze nieuwe locatie, waar een bestaand bedrijf werd overgenomen.
“In Ingen had ons bedrijf geen toekomst”, vertelt hij. “We konden niet groeien en we zaten op grond die veel beter geschikt is voor boomteelt en fruitteelt. We hadden daar 20 hectare en 90 koeien. In de nieuwe situatie zijn we dus een stuk extensiever gaan werken en dat was wennen in het begin.”
Zorg om fosfaat
Inmiddels heeft Blankenstijn de zaken op orde, maar hij maakt zich ernstig zorgen over de toekomst: “Nu de derogatie eraf gaat, hebben we een groot probleem met de nutriënten. Ieder jaar moeten we meer mest afvoeren. Vorig jaar was dat een afvoer van 1.000 kuub, dit jaar zitten we al op de 1.400 kuub. Zo raken we waardevolle mineralen kwijt, die we vervolgens weer duur moeten kopen. Het is gewoon een drama.”
Jan Blankenstijn: ‘Fosfaat is
op mijn bedrijf een groot
probleem. Straks zit er niks
meer in de bodem. Het is
zaak heel nauwkeurig te
bemesten. Daarvoor heb ik de
cijfers van Eurofins nodig.”
“Met name fosfaat is hier een heel groot probleem. We hebben een fosfaatfixerende grond. Uit de BemestingsWijzer-cijfers blijkt dat de P-Al hard achteruitgaat. Toen we hier begonnen, zaten we nog op een P-Al van 16, nu is die nog maar 9! Straks hebben we geen fosfaat meer over. Het gras komt steeds lastiger op gang. In het voorjaar zie je allemaal blauwe punten in het gras en in de mais.”
Rekenen aan mineralen
De enige mogelijkheid die de melkveehouder nu heeft, is heel precies rekenen aan de bemesting. Wat mag er nog en wat is de samenstelling van de mest? Daarvoor maakt hij sinds 2002 gebruik van het uitgebreide mestonderzoek door Eurofins. Het advies om jaarlijks ook mest te analyseren komt van DMS. Samen met hen analyseert hij de cijfers. De data heeft hij vanaf 2002 in een Excel-overzicht staan. Zo krijgt hij inzicht in de samenstelling over de jaren heen.
“Ik maak gebruik van het uitgebreide onderzoekspakket voor mest. Alleen kijken naar stikstof, fosfaat en kali is echt onvoldoende als je bodem en gewas wil optimaliseren. De drogestofcijfers en de gehaltes zwavel, calcium, magnesium en natrium zijn ook erg belangrijk. Droge stof geeft over de jaren heen waardevolle informatie.”
De uitkomsten van het mestonderzoek bespreekt Blankenstijn met collega’s in een studieclubverband onder leiding van DMS. Het rekenen aan mineralen en het opstellen van een bemestingsplan doet hij samen met zijn adviseur van Groeikracht. Zo krijgt hij een uitgewerkt plan voordat het seizoen begint voor drijfmest en kunstmest op gras en mais. Bij het opstellen van dit plan houdt de Groeikracht-specialist rekening met verschillende parameters uit het grondonderzoek BemestingsWijzer en met de kuiluitslagen van het afgelopen jaar. Zo wordt er gekeken naar wat er nog te verbeteren valt. Met name is er aandacht voor de C/N-verhouding in kader van N-levering en om te volgen hoe de grond reageert op stikstof-input.
Dierlijke mest aanvullen
Het bemestingsplan voor de verschillende percelen wordt nauwkeurig afgestemd op de snedes. Er is een plan voor drijfmest en voor kunstmest. Voor een deel van de percelen wordt de kaligift verminderd voorafgaand aan de derde snede. Dit met als doel hiervan het maken van voer met een lagere kationen-anionen balans voor droge koeien.
In de plannen wordt ook rekening gehouden met zwavel. “Dat is steeds belangrijker, blijkt uit de kuilanalyses door Eurofins. Vroeger had je nog depositie, nu niet meer. Op basis van het voederwaardeonderzoek weten we dat we zwavel moeten aanvoeren. Daarom gebruiken we de zwavelhoudende stikstofmeststof ASS (ammoniumsulfaatsalpeter, red.).”
Om de mineralenbalans kloppend te krijgen, maakt Blankenstijn bovendien gebruik van aanvullende producten. Hij legt uit: “Ten eerste is dat mineralenconcentraat dat we aanvoeren van een varkensmestverwerker in de buurt. Het mineralenconcentraat wordt ook door Eurofins geanalyseerd en mag als pilot worden ingezet als kunstmest. Mineralenconcentraat is met name rijk aan kali. Daarnaast overwegen we om compost in te gaan zetten. Dat is goed voor de organische stof maar de opbouw daarvan gaat langzaam is dus vooral ook goed voor je kinderen. Compost bevat bovendien fosfaat en dat kunnen we natuurlijk heel goed gebruiken. Daarnaast doen we ook nog wat via het voerspoor om wat fosfaat toe te voegen en via bemesting in de maisteelt door herwonnen fosfaat te gebruiken. Dit laatste voegen we als rijenbemesting toe in de vorm van een granulaat.”
Al met al is het een hele puzzel, concludeert de melkveehouder: “Het is werken op het scherpst van de snede. De data uit het onderzoek van mest, grond en kuilen van Eurofins zijn daarbij onmisbaar.”
Kijk hier voor de Eurofins-onderzoekspakketten >